FAQ

Elektrisch

Iedere armatuur heeft een voeding nodig. In veel gevallen worden armaturen gevoed vanuit het openbare net en dat heeft in Europa een spanning van 230V. Er zijn ook andere netten, zeker als we wereldwijd kijken. Zo zijn er nog veel landen waar een netspanning van 220V de standaard is, maar ook 100 en 110V komen voor. Het armatuur moet dan ook geschikt zijn voor de spanning die gebruikt wordt op de doel-locatie.

Er zijn ook eigen netten of speciale aansluitingen die worden gebruikt. Tegenwoordig zien we onder meer de opkomst van gelijkspanningsnetten.

Categories: Elektrisch
Did you find this FAQ helpful?
0
0

We kennen verschillende soorten voedingsnetten, AC en DC. AC staat voor ‘Alternating Current’ en DC staat voor ‘Direct Current’. Een AC net is een wisselstroomnet en dat zijn meestal de openbare netten. DC is een gelijkstroomnet en dat is een type net dat we nog niet veel zien maar dat wel in opkomst is.

In de wereld worden eigenlijk twee verschillende frequenties op de openbare netten gebruikt, te weten 50 en 60Hz. De frequentie houdt simpel gezegd in: het aantal keren per seconde dat de spanning van positief naar negatief gaat. In Nederland is de frequentie van ons net normaliter 50Hz.

Categories: Elektrisch
Did you find this FAQ helpful?
0
0

Formele definities

De fabrikant is degene die de verantwoordeljkheid voor de kwaliteitsborging van het geproduceerde product. In de zin van armaturenregister.nl kan de rol van de fabrikant ook overgenomen worden door een vertegenwoordiger.

Categories: Formele definities
Did you find this FAQ helpful?
0
0

Fotometrie

Het afnemen van het licht, of eigenlijk de hoeveelheid licht die na bepaalde tijd nog over is, noemen we het lumenbehoud. Dit wordt uitgedrukt in een parameter aangeduid als Lx. Dit kan bijvoorbeeld zijn L90 of L80 etc. Het getal zegt dat er na de aangegeven tijd nog 90 % (L90) van de initiële lumen-opbrengst over is.

Het tweede deel gaat over de uitval, de Fx waar de x bijvoorbeeld 10 is. Deze parameter geeft aan hoeveel ledmodules dit lumenbehoud niet halen. Bij 10 is dat 10%. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de module geen licht meer geeft maar het kan ook zijn dat er nog wel licht uitkomt maar dat het een stuk lager is dan de waarde die het volgens de L-waarde zou moeten zijn.

Deze parameter kan gesplitst worden. In specifieke gevallen wordt een percentage voor uitval (C) aangegeven en een percentage voor daling van de lichtopbrengst (B) beneden de gespecificeerde lichtopbrengst. Als de B is aangegeven geeft dat aan dat een percentage van de armaturen de opgegeven L waarde niet zal halen. Stel de B=50 en de L=90, dan betekent dat dat 50% van de modules een lichtopbrengst van 90% niet zullen halen.

Indien de C-waarde is gespecificeerd is dat altijd bij L0 want de lumen-opbrengst is bij uitval 0. Een C-waarde van 10 betekent dat 10% van de modules een mogelijke lichtopbrengst van 0 lumen heeft.

Categories: Fotometrie, Levensduur
Did you find this FAQ helpful?
0
0

De basis van elke lichtinstallatie behoort een lichtplan te zijn. Dat kan een heel eenvoudige planning zijn waarbij je uit gaat van een standaardverdeling van armaturen of het kan een geoptimaliseerde installatie worden. De laatste heeft als voordeel dat er maximaal gebruik wordt gemaakt van de besparingsmogelijkheden die er zijn. Bij een goed gepland lichtsysteem heb je overal precies genoeg licht en zijn er geen plaatsen die onnodig of doelloos worden verlicht.

Er kunnen uitgebreide berekeningen gemaakt worden met behulp van software waarin dan rekening wordt gehouden met allerlei factoren.

Om de armaturen juist te positioneren en te verdelen is een lichtverdeling nodig. Dat betekent dat je moet weten waar het licht uit het armatuur terecht komt en in welke intensiteit.

Het lichtverdelingsdiagram ofwel het afstralingspatroon (I-Tabellen) is een weergave van de richting waar het licht door het armatuur naartoe gestraald. Uiteindelijk heb je dan de bestanden nodig om de berekeningen te maken.

Deze bestanden zijn in diverse formaten verkrijgbaar. We kennen in Europa het Eulumdat bestand. De extensie van dit bestand is .ldt. De Amerikaanse equivalent die ook veel wordt gebruikt is het IES bestand; .ies. In de basis zijn de gegevens die erin staan hetzelfde als het Eulumdat bestand. Beide hebben tot doel om berekeningen te kunnen maken in software.

Er bestaan ook conversieprogramma’s die een bestand van het ene formaat in het andere omzetten. Maar zo’n bestand is pas nodig als je de berekeningen met behulp van software wilt maken.

Categories: Fotometrie
Did you find this FAQ helpful?
0
0

De lichtstroom geeft aan hoeveel licht er in het totaal uit een armatuur (of lichtbron) komt. De lichtstroom wordt uitgedrukt in lumen (lm).

Categories: Fotometrie
Did you find this FAQ helpful?
0
0

De CRI staat voor ‘Color Rendering Index’ (ook wel Ra genoemd) en is een getal dat weergeeft hoe goed kleuren worden weergegeven. Hoe lager de CRI hoe slechter we de kleuren kunnen herkennen. Om tot een goede kleurweergave te komen, zijn de kleuren idealiter ook aanwezig in het lamp-spectrum zoals ze in de kleurruimte aanwezig zijn.

Categories: Fotometrie
Did you find this FAQ helpful?
0
0

De kleurtemperatuur van wit licht is afgeleid van het zogenaamde zwartlichaam dat wordt verwarmd (vergelijkbaar met de zon). Hoe warmer het wordt hoe “witter” het licht wordt. De temperatuur van het platina is de maat voor de kleurtemperatuur.

Meestal spreken we in specificaties over wit licht. In de volksmond wordt dan over warm wit, koud wit en neutraal wit gesproken. Er zijn ook nog diverse andere termen die gebruikt worden zoals daglichtlampen, maar eigenlijk zijn deze niet geschikt voor gebruik in specificaties omdat ze allemaal niet genormaliseerd zijn en voor interpretatie vatbaar zijn. Het witte licht is goed uit te drukken in de kleurtemperatuur. 2700 K (Kelvin) is een warmwitte kleur licht. 5000 K begint al flink op het licht van een zonnige dag te lijken.

Als vuistregel kun je zeggen dat warm wit zo rond de 3000 K zit, koud wit zit rond de 4000 K en daglicht is ongeveer 6000 K.

Categories: Fotometrie
Did you find this FAQ helpful?
0
0

Dit is een vorm van uitdrukken van de efficiency. De efficiency is echter een percentage, terwijl de efficacy een getal is dat uitdrukt hoeveel licht je krijgt voor de energie die je erin stopt. De efficacy wordt uitgedrukt in lm/W.

Categories: Fotometrie
Did you find this FAQ helpful?
0
0

CLO staat voor Constant Light Output.

Deze systemen worden wel aangeduid onder de verzamelnaam ‘Constant Light Output’ (CLO) systemen. Het voordeel van deze systemen is dat de leds in het begin met een lagere stroom worden bedreven wat ten gunste komt van de levensduur van de module. Dit zorgt tevens voor een lager energieverbruik in het begin terwijl toch aan de lichtdoelstelling wordt voldaan.

Deze systemen kunnen er in verschillende soorten zijn. Meest voorkomend zijn systemen die een voorgeprogrammeerde stroomcurve hebben. Die regelen dus op basis van branduren en koppelen niet terug. Deze gaan uit van een verwachte lichtreductie door de tijd heen en passen daar de stroom op aan. Die systemen zijn veelal ingebouwd in de driver en hebben tot gevolg dat wanneer de module vervangen wordt de driver opnieuw ingesteld moet worden. Dit geldt ook andersom: wanneer de driver vervangen wordt moet ook die opnieuw geprogrammeerd worden op het juiste aantal branduren.

Er bestaat een oplossing waar er op de module een chip wordt ingebouwd die de branduren bijhoudt zodat de driver weet welke stroom aangeboden moet worden, maar dat is niet overal standaard en de driver en module moeten in dat geval wel dezelfde taal spreken.

De ontwikkelingen staan niet stil; er zijn inmiddels systemen die een terugkoppeling hebben. De module of het systeem is dan voorzien van een sensor die het licht meet en op basis daarvan de dimstand instelt voor het armatuur. De hoeveelheid licht die de module dan levert is constant totdat de leds zover achteruit zijn gegaan dat de stroom niet hoger kan worden.

Categories: Fotometrie
Did you find this FAQ helpful?
0
0

Instructie video's

Levensduur

Het afnemen van het licht, of eigenlijk de hoeveelheid licht die na bepaalde tijd nog over is, noemen we het lumenbehoud. Dit wordt uitgedrukt in een parameter aangeduid als Lx. Dit kan bijvoorbeeld zijn L90 of L80 etc. Het getal zegt dat er na de aangegeven tijd nog 90 % (L90) van de initiële lumen-opbrengst over is.

Het tweede deel gaat over de uitval, de Fx waar de x bijvoorbeeld 10 is. Deze parameter geeft aan hoeveel ledmodules dit lumenbehoud niet halen. Bij 10 is dat 10%. Het kan bijvoorbeeld zijn dat de module geen licht meer geeft maar het kan ook zijn dat er nog wel licht uitkomt maar dat het een stuk lager is dan de waarde die het volgens de L-waarde zou moeten zijn.

Deze parameter kan gesplitst worden. In specifieke gevallen wordt een percentage voor uitval (C) aangegeven en een percentage voor daling van de lichtopbrengst (B) beneden de gespecificeerde lichtopbrengst. Als de B is aangegeven geeft dat aan dat een percentage van de armaturen de opgegeven L waarde niet zal halen. Stel de B=50 en de L=90, dan betekent dat dat 50% van de modules een lichtopbrengst van 90% niet zullen halen.

Indien de C-waarde is gespecificeerd is dat altijd bij L0 want de lumen-opbrengst is bij uitval 0. Een C-waarde van 10 betekent dat 10% van de modules een mogelijke lichtopbrengst van 0 lumen heeft.

Categories: Fotometrie, Levensduur
Did you find this FAQ helpful?
0
0

Omgevingscondities

De IP markering die op een armatuur vermeld kan staan betreft de bescherming tegen vocht en stof.

IP staat voor ‘Ingress Protection’; de bescherming tegen indringing. Het getal dat er achter staat bestaat uit 2 cijfers. Overigens kan daar ook een X in staan en dat betekent dat dat betreffende nummer het minimum is en dus niet verder is gespecificeerd. Als op een armatuur dus IPX3 staat dan betekent dit dat de bescherming van het eerste cijfer het minimum is en dat is een 2 dus de bescherming is in dat geval IP23.

IP X X
0 Geen bescherming
1 Druipwaterdicht
2 Druipwaterdicht onder 15°
3 Regenwaterdicht
4 Spatwaterdicht
5 Spuitwaterdicht
6 Drukspuitwaterdicht (geen hogedruk)
7 Onderdompelbaar
8 Drukwaterdicht (onderwater gebruik)
9 Nog niet in gebruik echter wordt gebruikt voor hogedrukwaterdicht
0 Geen bescherming
1 Beschermd voor objecten 50 mm
2 Annrakingsveilig
3 Veilig voor kleine objecten 2,5 mm
4 Veilig voor kleine objecten 1 mm (draad)
5 Stof arm
6 Stof dicht
Categories: Omgevingscondities
Did you find this FAQ helpful?
0
0

De code bestaat uit 6 cijfers, als volgt:

XXX/XXX

De eerste X staat voor de CRI. Dit wordt één van de volgende cijfers bij het CRI bereik dat ernaast staat.

Code               CRI bereik
6                     57 – 66
7                     67 – 76
8                     77 – 86
9                     87 – 100

De daarop volgende 2 cijfers staan voor de CCT. Het getal moet met 100 vermenigvuldigd worden om de CCT te vinden. Dus als de waarde 2700K is, staat er 27 vermeld in de fotometrische code.

Het eerste getal achter de schuine streep staat voor de initiële kleurafwijking. Dit getal is het aantal McAdam ellipsen. Dit geeft aan wat de kleurverschillen zijn tussen dezelfde bronnen van hetzelfde merk en type.

Het tweede getal geeft het kleurbehoud weer. Ook dit getal staat voor het aantal McAdam ellipsen en geeft het verloop aan na verloop van tijd. Dit verloop wordt aangegeven over 25% van de levensduur met een maximum van 6000h.

Het derde getal geeft het lumenbehoud aan. Ook dat is aangegeven over een periode van 25% van de levensduur met een maximum van 6000 h. Dit getal is als volgt te interpreteren:

Code   Lumenbehoud
9                     ≥ 90
8                     ≥ 80
7                     ≥ 70

Een voorbeeldcode is 830/359

Dit betekent dat de bron:
– een CRI heeft tussen 77 en 86
– een kleurtemperatuur heeft van 3000K
– een basis kleurafwijking heeft van maximaal 3 mcAdam ellipsen
– een afwijking kan hebben na 6000h van maximaal 5 mcAdam ellipsen
– een lumenbehoud heeft van 90% na 6000h.

Categories: Omgevingscondities
Did you find this FAQ helpful?
0
0