Behoudfactor

Behoudfactoren

Introductie behoudfactor. In de loop der tijd verandert er het nodige. Lichtbronnen verouderen en armaturen vervuilen. Hierdoor neemt de lichtopbrengst af. Daarnaast veranderd de omgeving en dat verandert de reflectie van het licht.

Wat is de behoudfactor

Als op een bepaald moment de hoeveelheid licht minder is dan waarvoor de verlichting was berekend, is er sprake van het einde van de gebruiksperiode. Om een indicatie te geven van deze lichtterugval is de behoudfactor (MF) in het leven geroepen.

Uit welke elementen is de behoudfactor opgebouwd

De behoudfactor is een factor die gebruikt wordt om te berekenen hoeveel armaturen, of anders gezegd, hoeveel lichtopbrengst bij oplevering nodig is. Dit wordt gerelateerd aan het gewenste verlichtingsniveau, te bereiken aan het einde van de gebruiksduur. Deze factor is opgebouwd uit een aantal componenten.

fM = fLF x fS x fLM x fSM

Waarin:

fM = ‘Maintenance factor’ ofwel behoudfactor (Voorheen hete deze factor MF)

fLF = ‘Luminous flux factor’ ofwel het lichtstroombehoud van de ledmodule (in conventionele systemen van de lichtbron). Dit is de hoeveelheid licht als percentage van de nieuwwaarde die naar verloop van tijd nog uit de ledmodule komt. (Voorheen hete deze factor LLMF)

fS = ‘Survival Factor’ ofwel het aantal modules dat uit zal gaan vallen over de verloop van de tijd (Voorheen hete deze factor LSF)

fLM = ‘Luminaire Maintenance Factor’ ofwel de veroudering van het armatuur zelf, de kunststoffen en materialen maar ook de vervuiling van het armatuur in de loop der tijd. Dit zorgt ervoor dat er steeds minder licht dat door de ledmodule wordt opgewekt ook daadwerkelijk uit het armatuur komt. (Voorheen hete deze factor LMF)

fSM = Surface Maintenance Factor ofwel vervuiling of veroudering van de oppervlakken van de ruimte zelf: dit leidt tot veranderingen van de reflectie-eigenschappen van de oppervlakken in de ruimte waardoor er steeds meer licht wordt geabsorbeerd. (Voorheen hete deze factor RSMF)

het is van belang dat de lichtplanner deze factoren juist inschat bij een berekening. De juiste bepaling van deze factoren zorgt ervoor dat bij einde gebruiksduur van het verlichtingssysteem de gewenste verlichtingslichtsterkte wordt gehaald, wat dus inhoudt dat er bij aanvang meer licht moet zijn dan vereist, tenzij CLO (Constant Light Output) regelsystemen zijn toegepast  

Elementen van de behoudfactor achterhalen

Het essentieel om aan de geldende normering te voldoen. Let wel, een armaturen fabrikant kan nooit de onderhoudsfactor fM opgeven aangezien die afhankelijk is van de omgeving. Wel kan hij de factoren fLF en fS opgeven. De fLM en de fSM zijn afhankelijk van de ruimte waarin het toestel wordt toegepast en dienen te worden bepaald in overleg met de opdrachtgever.

Belangrijk:

Kijk bij een vergelijking van  verschillende lichtplannen altijd of de fM altijd of dezelfde uitgangspunten voor de beperkingen in acht zijn genomen of schakel daarvoor een gespecialiseerd bedrijf in.

Praktijk

fLF Voor deze factor kunnen we de Lxx waarde inzetten. Let wel vaak wordt de LxxB50 waarde opgegeven. Praktisch gezien is dat veelal ok omdat de kwaliteit van de leds inmiddels dusdanig is dat de verdeling heel klein is.

fS Voor deze factor kunnen we in de openbare verlichting over het algemeen 1 nemen ervan uitgaande dat de led module of driver wordt vervangen zodra hij is uitgevallen. Let op de C waarde of de F waarde heeft hier geen relatie mee. Deze waarden zijn enkel gerelateerd aan de leds en niet aan de driver. De driver uitval is hierin niet meegenomen.

fLM Voor deze factor moet de fabrikant van de armatuur een waarde opgeven. Je kunt een standaard waarde nemen. In het verleden werd vaak gekeken naar kunststof of glas als zijnde de lichtdoorlatende kap. Deze hebben de meeste invloed (met de reflectors natuurlijk). Met led kan bijvoorbeeld de kap wel glas zijn maar kunnen de lenzen bijvoorbeeld wel kunststof zijn. De invloed van de veroudering van zowel de lenzen als de kap moeten in deze waarde worden verwerkt.

fSM Deze factor wordt in de openbare verlichting ook meestal niet meegenomen ofwel wordt als 1 opgenomen.

Conclusie:

  1. De kwaliteit van de ledmodule en de keuze wel of geen CLO heeft kunnen eenvoudig worden gecontroleerd op basis van rapportage zoals TM 21 als besproken in de voorgaande serie. 
  2. De invloed van de veroudering van het armatuur, lenzen en de lichtdoorlatende kap, zijn minder eenvoudig te verifiëren.
  3. Uitval van de ledmodule is goed te bepalen (C factor) echter uitval van de driver electronica is vaak veel lastiger. Vaak wordt hier enkel de opgave van de fabrikant gebruikt. Verificatie is erg lastig.

Lees ook de voorgaande artikelen over dit onderwerp:

Wat is de LM 80
Wat is de TM 21
Wat is een ISTMT

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *