Auteur: Jacob Nuesink

Cosinus φ

De cosinus φ (cos φ), fase verschuiving, displacement factor; Power quality deel 1.

De cosinus φ (cos φ) of displacement factor? Nu maar eens het complete verhaal over power quality. In een korte serie van artikelen ga ik in op alle factoren die de zogenaamde power quality bepalen. We hebben het dan over power factor / arbeidsfactor, cosinus φ / fase verschuiving en harmonische vervorming. Wat is het allemaal en welke relaties heeft het met elkaar. Welke invloeden hebben deze factoren op onze netten. Aanleiding is dat in de nieuwe later dit jaar uit te komen “one lighting regulation” de wettelijke regels worden aangepast.

Cosinus φ / displacement factor

Iedereen kent wel de cosinus φ als belangrijke grootheid in elektrische systemen. Dit is niet geheel onterecht echter wordt de factor vaak niet correct gebruikt. De fase verschuiving van spanning ten opzichte van de stroom noemen we de cosinus φ of displacement factor

Ohmse belasting, cosinus φ / displacement factor = 1
Ohmse belasting, cosinus φ / displacement factor = 1

In bovenstaande afbeelding zien we twee sinusvormige signalen. De stroom en spanning zijn in dit geval exact gelijk qua vorm en volgen elkaar exact. Ze zijn dus “in fase”. Dat betekend ook dat de cosinus φ of displacement factor 1 is. Spanning en stroom zijn exact in fase.

Dit heeft niets met de vervorming te doen. Dat noemen we harmonische vervorming en komt in het volgende artikel aan de orde.

Bij deze belasting is de spanning en stroom exact in fase en dan spreken we over een zuiver “ohmse” belasting. Dit komt niet heel veel voor maar bijvoorbeeld een verwarmingselement is een “ohmse” belasting.

Inductieve of capacitieve belasting

Zodra we een spoel of een condensator in de keten hebben krijgen we te maken met een fase verschuiving.

Cosinus φ / Displacement factor < 1
Cosinus φ / Displacement factor = 0,5

In bovenstaande afbeelding zien we dat de spanning en stroom niet meer in fase zijn. We zien hier een fase hoek van ongeveer 60 graden. Dat betekent dat de cosinus φ = displacement factor = 0,5 is. In dit geval is er een inductieve last.

Wat is het gevolg van een lage displacement factor / cosinus φ

Indien de displacement factor klein is heeft dat gevolgen. Om hetzelfde effectieve vermogen te bereiken is een grotere stroom noodzakelijk. Dat wil zeggen als de displacement factor / cosinus φ 0,5 is dan is een twee keer zo grote stroom nodig om hetzelfde effectieve vermogen te bereiken.

Het effectieve vermogen bepalen we dan als volgt:

Peff = U x I x Kdisplacement

Of meer bekend;

Peff = U x I x Cos φ

Waarin:
Peff => opgenomen vermogen in W
U => Aansluitspanning in V
I => Opgenomen stroom in A
Kdisplacement => displacement factor = cosinus φ

Dus in de bovenstaande signalen hebben we te maken met een 230 V netspanning en een stroom van 1 A. Dat betekend dat het opgenomen effectieve vermogen 115 W is. Zou zoals bij het eerste signaal de stroom en spanning exact in fase zijn geweest zou het effectieve vermogen dus 230 W zijn geweest.

In het tweede geval heb je, om hetzelfde vermogen op te nemen, 2 x zoveel stroom nodig uit het net.

Gevolg is dan:
– Op 1 groep zijn minder van de gelijke toestellen aan te sluiten
– Het zogenaamde “blind” vermogen moet wel worden getransporteerd door ons distributie net. Het wordt echter niet afgerekend. Het gevolg zijn extra verliezen in het net die niet gedekt zijn.
– Doordat de stromen groter zijn moeten de kabels dikker zijn of moeten er meer groepen worden aangelegd. In beide gevallen is meer materiaal nodig om hetzelfde effectieve vermogen te kunnen gebruiken.

Relatie tot de arbeidsfactor

Vaak wordt de arbeidsfactor en cosinus φ door elkaar gebruikt. Belangrijk is te beseffen dat dat niet klopt. Echter in dit specifieke geval zijn de arbeidsfactor en de cosinus φ / displacement factor aan elkaar gelijk.

Indien de sinus ook nog vervormd zou zijn gaat dit niet meer op. In het volgende deel gaan we verder kijken naar vervorming en de effecten daarvan.

Volgende keer Harmonische vervorming, THD, Distortion factor; Power Quality deel 2

#armaturenregister #openbareverlichting #straatverlichting #verlichting

wegverlichting, straatlantaarn, openbare verlichting

Straatverlichting, openbare verlichting, straatlantaarn, wegverlichting

Wat is het nu eigenlijk, straatverlichting, wegverlichting, straatlantaarn, openbare verlichting? Je hoort van alles maar wat is er goed. Is alles niet gewoon goed? Een luchtig onderwerp voor we de zomervakanties in gaan.

Openbare verlichting

Openbare verlichting (afgekort OVL) is het geheel aan masten, armaturen, lampen, kabels en regelapparatuur om openbaar toegankelijk gebied, daaronder inbegrepen wegen te verlichten. (Encyclo.nl)

Straatverlichting

Straatverlichting is te vinden langs de weg en op andere plaatsen in de openbare ruimte zoals in parken. In het donker is het van belang dat weggebruikers gevaarlijke verkeerssituaties ruim op tijd kunnen inschatten. Bovendien verhoogt goede straatverlichting het gevoel van sociale veiligheid. (Wikipedia)

Straatlantaarn

Een straatlantaarn is een lichtmast die de verkeersveiligheid en de veiligheid op straat verhoogt. … De lantaarnpaal geeft de lichtbron een zekere hoogte boven de straat, waardoor een groter gebied per lichtpunt wordt verlicht. Straatlantaarns behoren tot het zogenaamde straatmeubilair. (Wikipedia)

Wegverlichting

Geen definitie gevonden.

Nader bekeken

Als we spreken over een armatuur, wat de meeste producten in de openbare verlichting catalogus vermeld staan zijn, wat hebben we dan. Alle vallen onder openbare verlichting. De definitie betreft dan nog veel meer producten die daar potentieel in kunnen vallen.

Laten we eens kijken naar straatverlichting of wegverlichting. Van wegverlichting was geen definitie te vinden maar als ik een definitie zou moeten maken zou die niet anders zijn dan die voor straatverlichting. Om de weg te verlichten hebben we dan dus weer armaturen nodig die worden geplaatst langs de weg (meestal op een lichtmast).

Een straatlantaarn, een begrip wat je eigenlijk niet veel meer hoort, is volgens de definitie dan de lichtmast tezamen met het armatuur.

De site heet armaturenregister.nl

De definitie van een armatuur:

Een armatuur is een draagconstructie voor één of meerdere lichtbronnen, van het Latijn armatura = bewapening, uitrusting; arma = wapen. Een armatuur bevat een fitting met een lichtbron. Armaturen kunnen aan de muur of aan het plafond bevestigd worden. (Wikipedia)

Hmm tegenwoordig zijn er niet veel armaturen meer in productie waar een “fitting” (lamphouder is goede woord)  in zit dus de definitie is langzaam wel wat aan een opfrisbeurt toe.

De norm (EN 60598) geeft een betere definitie;

Toestel welke het licht dat door een of meer lampen wordt opgewekt verdeelt, filtert of omvormt en waarin alle onderdelen nodig voor het bevestigen, beschermen van de lampen en indien nodig extra onderdelen om de lampen aan te kunnen sluiten op de voedingsspanning zijn opgenomen, met uitzondering van de lampen zelf.

Dat klopt heel goed met wat we op deze site doen. Het publiceren van armaturen geschikt voor gebruik in de openbare ruimte.

Lampen (lichtbronnen) staan niet op de site

Lampen worden niet op de site gepubliceerd. Kijken we naar het huidige bestand van verlichting in Nederland dan is het toch het overwegen waard om retrofit oplossingen ook onderdeel te maken van de site. Het is vanuit de circulaire gedachte best lastig om te zeggen dat het gehele toestel vervangen moet worden door een led-armatuur. Zeker wanneer het armatuur nog maar kort (< 10jr?) in gebruik is.

Retrofitting is daarmee wel een tijdelijke oplossing of toch niet?

Inderdaad als we enkel kijken naar de huidige stand der techniek. Er veranderd echter wat. De circulaire gedachte levert op dat de Europese Unie nieuwe wetgeving uitbrengt waarin wordt is opgenomen dat een armatuur te repareren moet zijn. Er komt dan een einde aan “sealed for life”. Dat betekent ook dat er een systeem van reparatie onderdelen moet gaan ontstaan. Dat zal dan ook de ledmodule moeten zijn.

Wij wensen u allen een fijne zomer(vakantie) toe.

Lees ook het stuk over het koploper project circulair inkopen.

#armaturenregister #openbareverlichting #straatverlichting #verlichting

Zhaga D4I

Zhaga D4I

Zhaga en de DiiA slaan de handen ineen om tot future-proof led verlichting te komen met IoT connectivity (Zhaga D4I). Deze stap stond er al een tijdje aan te komen. Er moest nog eea worden ontwikkeld. Zhaga Book 18 maakt het mogelijk om een connector op een armatuur te monteren om aansluitingen te maken. Met de komst van deze nieuwe norm is ook de interoperabiliteit gewaarborgd. Was het in de oude “NEMA” connector zo dat je ieder pin kon gebruiken naar “eigen wens”, in de Zhaga book 18 connector is dit vast gelegd.

Het Zhaga consortium en de DiiA (Voorheen de DALI AG) hebben deze nieuwe standaard ontwikkeld. De norm is gebaseerd op de door Zhaga ontwikkelde connector en het DALI-communicatie protocol. Doel van deze ontwikkeling is om er voor te zorgen dat de combinatie werkelijk “plug and play” is. De Zhaga D4I standaard is een zogenaamde “intra-luminaire DALI”. Een interne communicatie bus om in het armatuur communicatie mogelijk te maken.

De nieuwe uitgebreide norm dekt alle kritische onderwerpen af zoals daar zijn;

  • Mechanische fit
  • Digitale communicatie
  • Rapportage van data zoals benodigde vermogen etc.

Resultaat is het plug and play kunnen gebruiken van armaturen in combinatie met nodes (modules). De Zhaga D4I certificatie staat dan voor een mechanische fit volgens het Zhaga book 18 systeem inclusief communicatie volgens de DiiA intra-luminaire communicatie standaard.

Nieuwe normen

Normen die van toepassing zijn voor Zhaga D4I:

  • Zhaga book 18 – Mechanische fit en pen beschrijving inclusief specifieke instellingen in het DALI protocol

Power-supply specificatie

  • DALI Part 250 – Integrated Bus Power Supply / AUX Power Supply

Data specificatie

  • DALI Part 251 – Memory Bank 1 Extension – Covers luminaire-related data for asset management
  • DALI Part 252 – Energy Reporting
  • DALI Part 253 – Diagnostics & Maintenance

Zhaga D4I certificatie

Naast de norm is er een certificatie programma ontwikkeld. Een gecertificeerd product garandeert  dat de uitwisseling ook vlekkeloos verloopt. Om het nieuwe logo op een module te krijgen moet zowel worden voldaan aan de Zhaga norm als ook aan de DiiA norm. Het gecombineerde logo staat dan voor zorgenvrije uitwisselbaarheid. Staat het Zhaga D4I logo niet op de module dan is de uitwisselbaarheid ook niet gegarandeerd.

Het certificatie programma is nog niet gestart. Naar verwachting zullen snel producten met het logo op de markt gaan komen. Het certificatie programma start in het derde kwartaal van 2019.

Het Zhaga D4I logo

Zhaga D4I

Zie ook:

De nieuwe standaard voor “connectivity” voor straatverlichting?

About Zhaga

About DiiA

Persbericht Zhaga D4I

Gepubliceerde logo’s zijn eigendom van Zhaga respectievelijk DiiA.

#armaturenregister #openbareverlichting #straatverlichting #verlichting #zhaga #D4I

CE ENEC ENEC+ DEKRA LED Performance

CE, ENEC, ENEC+ en DEKRA LED Performance, het verschil deel 4

In een serie van artikelen bekijken we de verschillen tussen diverse markeringen op armaturen. In deze aflevering het verschil tussen CE, ENEC, ENEC+ en DEKRA LED Performance merk op een verlichtingstoestel. In de eerdere artikelen uit deze serie konden zien we hoe de verschillende markeringen een uitbreiding zijn van de andere markeringen. In dit artikel zetten we alles op een rij en krijgen we het overzicht.

CE

CE komt voort vanuit Europese richtlijnen. Die richtlijnen zijn in Nederland omgezet in wetgeving. De richtlijnen die, over het algemeen ,van toepassing zijn binnen de OVL zijn de Laagspanningsrichtlijn, EMC-richtlijn, RoHS-richtlijn en de ErP-richtlijn. In sommige gevallen de RED-richtlijn. Deze richtlijnen zijn in Nederland verankerd in de wet. Dat is overigens in alle Europese landen die aangesloten zijn bij de EU gelijk.

CE wordt door de fabrikant op het product gezet als hij zichzelf ervan heeft overtuigd aan de van toepassing zijnde richtlijnen te voldoen. Hij tekent dan een verklaring van overeenstemming en moet het CE merkje vermelden op zijn product. Er is geen verplichting tot het laten uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek. Echter in zijn dossier dient hij wel aan te kunnen tonen dat aan de eisen wordt voldaan. Indien hij geen eigen lab heeft is het dan meestal noodzakelijk een extern lab in te schakelen.

ENEC

ENEC is een keurmerk. Dit keurmerk wordt uitgegeven door bij ETICS (Voorheen EEPCA) aangesloten keuringsorganisaties. De eisen voor verlening van het ENEC keurmerk zijn gebaseerd op de laagspanningsrichtlijn. Met andere woorden de eisen voor het ENEC keurmerk dekken de eisen af die vanuit de laagspanningsrichtlijn worden gesteld.

ENEC+

ENEC+ is ook een keurmerk. Dit keurmerk mag enkel worden uitgegeven als ook ENEC is verleend. Dat wil dus zeggen dat een toestel waar ENEC+ op staat ook het ENEC-keurmerk dient te dragen. Het ENEC+ keurmerk is gebaseerd op de prestaties van het armatuur. Het kan verleend worden op conventionele en op ledarmaturen. In de praktijk zien we dat enkel led-armaturen met het keurmerk worden voorzien en conventionele toestellen niet.

ENEC+ is gebaseerd op de twee normen IEC 62717 voor de ledmodules en de IEC 62722-2-1 voor de armaturen. Staat ENEC+ op het armatuur dan zijn beide normen dus toegepast. Er zijn echter door ETICS-afwijkingen vastgesteld. De afwijkingen van de norm zijn dat ETICS heeft bepaald dat voor ENEC+ niet hoeft te worden voldaan aan de levensduur eisen. Verder is het aantal te testen monsters flink gereduceerd ten opzichte van de norm. Uiteindelijk betekend dat dat ENEC+ vooral een keurmerk is dat de initiële prestaties beoordeeld en niet de prestaties op langere termijn.

DEKRA LED Performance

DEKRA LED Performance is ook een keurmerk. Dit keurmerk mag enkel worden uitgegeven als ook veiligheidskeurmerk is verleend (bijvoorbeeld ENEC) en een EMC test is uitgevoerd. Dat wil dus zeggen dat een toestel waar DEKRA LED Performance op staat ook een veiligheidskeurmerk dient te dragen. Het DEKRA LED Performance keurmerk is gebaseerd op de prestaties van het armatuur. Het kan enkel verleend worden op ledarmaturen, ledmodules en drivers.

DEKRA LED Performance is gebaseerd op een reeks van normen die de prestaties van het toestel beoordelen. De twee hoofd normen zijn IEC 62717 voor de ledmodules en de IEC 62722-2-1 voor de armaturen. Daarnaast is dat uitgebreid met normen voor bijvoorbeeld IK testen, levensduur testen, etc.

Voor ENEC, ENEC+ en DEKRA LED Performance geldt dat de fabrikant een product moet laten onderzoeken door een onafhankelijk laboratorium. Verder moet de plaats waar het product wordt geproduceerd aan strikte eisen voldoen om de continuïteit in de productie te waarborgen. Verder wordt door het laboratorium een controle uitgevoerd op de daadwerkelijk geproduceerde producten. Die controles worden jaarlijks opnieuw doorgevoerd.

* Er zijn minimum eisen gesteld die vooral afgestemd zijn op de consumenten markt.
** Er zijn eisen dat die de richtlijn afdekken echter de grenswaarden die door de richtlijn zijn gesteld zijn niet in de norm opgenomen.
*** Controle op CE vindt plaats door diverse overheidsdiensten (NVWA, IL&T en Agentschap telecom). De beperkte capaciteit in relatie tot het werkpakket en de hoeveelheid producten op de markt maakt dat er zeer beperkte mogelijkheden tot controle zijn.

Conclusie vergelijking CE ENEC ENEC+ DEKRA LED Performance;

CE dekt veel eisen af. CE is gebaseerd op een eigenverklaring van de fabrikant. Hij is niet verplicht te laten keuren. De CE eisen op het gebied van de prestaties zijn erg beperkt en vooral minimale eisen die geënt zijn op de consumenten markt.

Bij ENEC worden de eisen van de laagspanningsrichtlijn afgedekt en wordt onderzoek gedaan door een onafhankelijk laboratorium die ook de productielocatie inspecteert en marktonderzoek doet aan producten met het keurmerk.

ENEC+ is daar een toevoeging op en beoordeeld of de initiële prestaties zijn zoals door de fabrikant beweert. Het geeft daarmee enkel een waardeoordeel over de correctheid van de specificatie. Het is een waardevolle aanvulling op het ENEC-keurmerk.

DEKRA LED Performance is daar nog een uitbreiding op en vereist dat ook nog aan de EMC Eisen wordt voldaan en dat levensduur van het toestel moet worden beoordeeld.

De keurmerken zijn niet wettelijk verplicht, CE moet op ieder verlichtingstoestel staan en verlichtingstoestellen zonder CE mogen niet verkocht of aangeboden worden in Nederland (en Europa).

Lees ook:

Het verschil deel 3 “Wat is het verschil tussen ENEC+ en DEKRA LED Performance?”

Het verschil deel 2 “Wat is het verschil tussen ENEC en ENEC+?”

https://armaturenregister.nl/2019/03/03/het-verschil-deel-1-wat-is-het-verschil-tussen-enec-en-ce/

#armaturenregister #openbareverlichting #straatverlichting #verlichting #tic #testen #certificatie

LEDset een communicatie standaard voor ledmodules

Inmiddels alweer enkele jaren geleden is door de MD-SIG een specificatie opgesteld genaamd LEDset. Een product die deze specificatie geïmplementeerd heeft is gemarkeerd met een speciaal logo en we zien dit steeds vaker staan op o.a. drivers. De MD-SIG is ontstaan vanuit Zhaga leden. LEDset, Wat is dit voor een specificatie en waar komt hij vandaan.

LEDset wat is dat?

De specificatie LEDset1 is een informatie interface specificatie. De norm draagt zorg voor een communicatie tussen de ledmodule en de driver om een juiste stroom instelling te creëren. Dit is een zeer rudimentaire communicatie. Dit was dan ook de eerste oplossing om dit te doen en werkt analoog.

Hoe werkt LEDset?

Er zijn twee methoden die toegepast kunnen worden maar kort gezegd is het in beide gevallen zo dat er een extra aansluiting is gemaakt. Op deze aansluiting sluit je een weerstand aan. Deze kan op de ledmodule zitten of kan los gemonteerd zijn. Deze weerstand wordt door de driver gemeten en op basis van de gemeten weerstand wordt de stroom ingesteld die door de module gaat. De weerstand bepaald dus de module stroom.

LEDset
Schema van MD-SIG website

Op de module kan ook een temperatuur sensor circuit worden geplaatst. Hiermee kan dan via dit systeem een terugkoppeling naar de driver worden gegeven wanneer de module te warm begint te worden en daarmee kan de driver dan de stroom terug regelen. Hiermee zal de temperatuur van de module dan binnen de maximale waarden kunnen worden gehouden waardoor de levensduur kan worden gegarandeerd.

LEDset
Schema van MD-SIG website

Gevolg van het terug regelen van de stroom is natuurlijk wel dat de lichtopbrengst in dat geval ook naar beneden gaat. Je hebt daarmee wel het voordeel dat de leds niet over verhitten waardoor de levensduur snel naar beneden gaat.

Let wel op want als je een driver en module hebt die voorzien zijn van het LEDset logo wil dat niet per definitie zeggen dat ze op elkaar kunnen worden aangesloten. Er zijn aanvullende parameters die eerst gecontroleerd moeten worden om de compatibiliteit te garanderen. Het is daarmee ook vooral een hulp voor de armaturen fabrikant.

LEDset logo

In Zhaga publicaties wordt verwezen naar de MD-SIG specificaties voor de interface tussen de module en de driver.

Wie of wat is de MD-SIG?

MD-SIG staat voor Module Driver interface Special Interest Group. Het is een wereldwijd consortium van bedrijven uit de verlichtingsindustrie. Deze groep is ontstaan vanuit het Zhaga consortium. Aangesloten zijn:

  • BAG
  • BJB
  • Helvar
  • OSRAM
  • Panasonic / Vossloh Schwabe
  • Signify
  • TCI
  • Zumtobel / Tridonic

(d.d. 03-2019)

Iedereen kan zich aansluiten bij het consortium. Al zien we nu vooral driver/module fabrikanten die natuurlijk ook de meeste interesse hebben aan deze normen.

Ga naar de website van MD-SIG om meer te lezen over dit consortium.

De specificatie is te downloaden van de MD-SIG website.

Site-titel Titel

Het verschil deel 3 “Wat is het verschil tussen ENEC+ en DEKRA LED Performance?”

In een serie van artikelen zullen we de verschillen tussen diverse markeringen op armaturen toelichten. In deze aflevering het verschil tussen ENEC+ en DEKRA LED Performance op een verlichtingstoestel. Om het verschil te kunnen duiden moeten is het van belang te weten dat ENEC+ een keurmerk gerelateerd aan de prestaties van een verlichtingstoestel vastgesteld door ETICS en DEKRA LED Performance is ontwikkeld op basis van de wensen van een forum van leveranciers en afnemers.

ENEC+

Zoals in deel 2 ook besproken is ENEC+ is ook een keurmerk. Dit keurmerk mag enkel worden uitgegeven als ook ENEC is verleend. Dat wil dus zeggen dat een toestel waar ENEC+ op staat ook het ENEC-keurmerk dient te dragen. Het ENEC+ keurmerk is gebaseerd op de prestaties van het armatuur. Het kan verleend worden op conventionele en op ledarmaturen. In de praktijk zien we dat enkel led-armaturen met het keurmerk worden voorzien en conventionele toestellen niet.

ENEC+ is gebaseerd op de twee normen IEC 62717 voor de ledmodules en de IEC 62722-2-1 voor de armaturen. Staat ENEC+ op het armatuur dan zijn beide normen dus toegepast. Er zijn echter door ETICS-afwijkingen vastgesteld. De afwijkingen van de norm zijn dat ETICS heeft bepaald dat voor ENEC+ niet hoeft te worden voldaan aan de levensduur eisen. Verder is het aantal te testen monsters flink gereduceerd ten opzichte van de norm. Uiteindelijk betekend dat dat ENEC+ vooral een keurmerk is dat de initiële prestaties beoordeeld en niet de prestaties op langere termijn.

DEKRA LED Performance

DEKRA LED Performance is ook een keurmerk. Dit keurmerk mag enkel worden uitgegeven als ook veiligheidskeurmerk is verleend (bijvoorbeeld ENEC) en een EMC test is uitgevoerd. Dat wil dus zeggen dat een toestel waar DEKRA LED Performance op staat ook een veiligheidskeurmerk dient te dragen. Het DEKRA LED Performance keurmerk is gebaseerd op de prestaties van het armatuur. Het kan enkel verleend worden op ledarmaturen, ledmodules en drivers.

In beide gevallen geldt dat de fabrikant een product moet laten onderzoeken door een onafhankelijk laboratorium. Verder moet de plaats waar het product wordt geproduceerd aan strikte eisen voldoen om de continuïteit in de productie te waarborgen. Verder wordt door het laboratorium een controle uitgevoerd op de daadwerkelijk geproduceerde producten. Die controles worden jaarlijks opnieuw doorgevoerd.

DEKRA LED Performance is gebaseerd op een reeks van normen die de prestaties van het toestel beoordelen. De twee hoofd normen zijn IEC 62717 voor de ledmodules en de IEC 62722-2-1 voor de armaturen. Daarnaast is dat uitgebreid met normen voor bijvoorbeeld IK testen, levensduur testen, etc.

ENEC+ DEKRA LED Performance
Eisen geldend voor OVL armaturen ENEC moet al zijn verleend

Aanvullend gelden de normen voor initiële prestaties

ENEC moet al zijn verleend

EMC richtlijn

Aanvullend gelden de normen voor prestaties

Verplicht Nee Nee
Keuring door een geaccrediteerd onafhankelijk lab Ja Ja
Inspectie van productie plaats Ja Ja
Controle van producten na productie Ja Ja
Controle omgevingscondities Ja, beperkt tot IP en Temperatuur Ja, inclusief IP, temperatuur, IK, uitbreidbaar op wens fabrikant
Elektrische condities Basiseisen voor o.a. Stroom, Vermogen en arbeidsfactor Basiseisen voor o.a. Stroom, Vermogen en arbeidsfactor maar aanvullend piekspanningsbeveiliging, inrush current, arbeidsfactor bij dimmen en THD
Licht prestaties Eisen volgens norm Eisen volgens norm
Levensduur Niet opgenomen Eisen voor levensduur led module en levensduur driver

Samengevat;

Bij ENEC+ worden de eisen van de laagspanningsrichtlijn afgedekt en wordt onderzoek gedaan door een onafhankelijk laboratorium die ook de productielocatie inspecteert en marktonderzoek doet aan producten met het keurmerk. ENEC+ is daar een toevoeging op en beoordeeld of de initiële prestaties zijn zoals door de fabrikant beweert. Het geeft daarmee enkel een waardeoordeel over de correctheid van de specificatie. Het is een waardevolle aanvulling op het ENEC keurmerk. Helaas mist het oordeel over de levensduur.

DEKRA LED Performance is daar nog een uitbreiding op en vereist dat ook nog aan de EMC Eisen wordt voldaan en dat levensduur van het toestel moet worden beoordeeld.

Lees ook Het verschil deel 2 “Wat is het verschil tussen ENEC en ENEC+?” en Het verschil deel 1 “Wat is het verschil tussen ENEC en CE?

Het verschil deel 2 “Wat is het verschil tussen ENEC en ENEC+?”

In een serie van artikelen zullen we de verschillen tussen diverse markeringen op armaturen toelichten. In deze aflevering het verschil tussen ENEC en ENEC+ op een verlichtingstoestel. Om het verschil te kunnen duiden moeten is het van belang te weten dat ENEC een veiligheidskeurmerk is en ENEC+ een keurmerk gerelateerd aan de prestaties van een verlichtingstoestel.

Zoals in deel 1 besproken is ENEC een keurmerk. Dit keurmerk wordt uitgegeven door bij ETICS (Voorheen EEPCA) aangesloten keuringsorganisaties. De eisen voor verlening van het ENEC-keurmerk zijn gebaseerd op de laagspanningsrichtlijn. Met andere woorden de eisen voor het ENEC-keurmerk dekken de eisen af die vanuit de laagspanningsrichtlijn worden gesteld.

Bij ENEC geldt dat de fabrikant een product moet laten onderzoeken door een onafhankelijk laboratorium. Verder moet de plaats waar het product wordt geproduceerd aan strikte eisen voldoen om de continuïteit in de productie te waarborgen. Verder wordt door het laboratorium een controle uitgevoerd op de daadwerkelijk geproduceerde producten. Die controles worden jaarlijks opnieuw doorgevoerd.

In basis kan een verlichtingstoestel gecertificeerd zijn voor ENEC terwijl het nauwelijks licht opbrengst heeft. Zolang het maar veilig is.

ENEC+ is ook een keurmerk. Dit keurmerk mag enkel worden uitgegeven als ook ENEC is verleend. Dat wil dus zeggen dat een toestel waar ENEC+ op staat ook het ENEC-keurmerk dient te dragen. Het ENEC+ keurmerk is gebaseerd op de prestaties van het armatuur. Het kan verleend worden op conventionele en ledarmaturen. In de praktijk zien we dat enkel led-armaturen met het keurmerk worden voorzien en conventionele toestellen niet.

ENEC+ is gebaseerd op de twee normen IEC 62717 voor de ledmodules en de IEC 62722-2-1 voor de armaturen. Staat ENEC+ op het armatuur dan zijn beide normen dus toegepast. Er zijn echter door ETICS-afwijkingen vast gesteld. De afwijkingen van de norm zijn dat ETICS heeft bepaald dat voor ENEC+ niet hoeft te worden voldaan aan de levensduur eisen. Verder is het aantal te testen monsters flink gereduceerd ten opzichte van de norm. Uiteindelijk betekend dat dat ENEC+ vooral een keurmerk is dat de initiële prestaties beoordeeld en niet de prestaties op langere termijn.

ENEC ENEC+
Eisen geldend voor OVL armaturen Laagspanningsrichtlijn ENEC moet al zijn verleend Aanvullend gelden de normen voor initiële prestaties
Verplicht Nee Nee
Keuring door een geaccrediteerd onafhankelijk lab Ja Ja
Inspectie van productie plaats Ja Ja
Controle van producten na productie Ja Ja

Samengevat;

Bij ENEC worden de eisen van de laagspanningsrichtlijn afgedekt en wordt onderzoek gedaan door een onafhankelijk laboratorium die ook de productielocatie inspecteert en marktonderzoek doet aan producten met het keurmerk.

ENEC+ is daar een toevoeging op ENEC en beoordeeld of de initiële prestaties zijn zoals door de fabrikant beweert. Het geeft daarmee enkel een waardeoordeel over de correctheid van de specificatie in nieuwe conditie. Het is een waardevolle aanvulling op het ENEC-keurmerk. Helaas mist het oordeel over de beloofde levensduur door de fabrikant.

Lees ook Het verschil deel 1 “Wat is het verschil tussen ENEC en CE?” en Het verschil deel 3 “Wat is het verschil tussen ENEC+ en DEKRA LED Performance?”

Zhaga boek 15

Zhaga boek 15, een volgende stap in standaardiseren van ledmodules.

Zhaga boek 15 is inmiddels gepubliceerd en men werkt aan boek 19. 2 nieuwe normen die een volgende stap in de uitwisselbaarheid van ledmodules oplevert. Zhaga boek 19 is nog niet gepubliceerd maar boek 15 inmiddels wel. In dit boek wordt een ledmodule gespecificeerd die dusdanig is dat er een gestandaardiseerde lensplaat gebruikt kan worden.

Zhaga boek 15 is bedoeld voor modules die gebruikt worden in applicaties voor buiten. Hieronder vallen wegverlichting en gebiedsverlichting.

Zhaga boek 15 voordeel

Het voordeel van dit systeem is dat de lensplaat opnieuw gebruikt kan worden als de module vervangen zou moeten worden en andersom als de lensplaat niet meer voldoet er makkelijk een andere lensplaat gemonteerd kan worden. Zhaga heeft de afmetingen van de module en de plaats van de leds gedefinieerd. De lenzen zelf zijn natuurlijk niet gespecificeerd want daar moet alle vrijheid in zijn om de gewenste lichtverdeling te kunnen maken.

Wat is er gedefinieerd in Zhaga boek 15

Zhaga heeft een aantal verschillende modules gedefinieerd. Ten eerste zijn er 3 afmetingen gedefinieerd met dan ook verschillende aantallen leds. 2 x 2, 2 x 4 en 2 x 8 leds. De afstand tussen de leds is altijd 25,4 mm.

Daarnaast zijn er twee uitvoering te weten een DS- en DA-uitvoering. Het verschil is dat de DS-uitvoering met enkelvoudige lenzen werkt en de DA-uitvoering met een lensplaat. De uitvoering met enkelvoudige lenzen heeft daarvoor meer montage gaten voor de lenzen.

Voorbeeld Zhaga boek 15 modules
Voorbeeld Zhaga boek 15 modules boven DA en onder DS uitvoering beide modules zijn 2 x 8 modules.

Zhaga boek 15 definieert de afmetingen van de module en de plaats van de leds. Ook is de elektrische aansluiting gedefinieerd. Zhaga maakt hierbij gebruik van de specificaties zoals door MD-SIG vastgesteld.

Wat staat er dan in boek 19?

Zhaga boek 19 is nog niet gereed. Wat we al wel kunnen zeggen aan de hand van de gepubliceerde informatie is dat deze module in combinatie met de toe te passen lensplaat een IP bescherming heeft. Met andere woorden er is voor gezorgd dat de combinatie “waterdicht” is.

Praktische gezien in wegverlichting

In wegverlichting zien we verschillende oplossingen. Soms is de module ingebouwd in het armatuur met lenzen erover waarna een afschermende plaat wordt gebruikt. Zhaga boek 15 biedt ons hier een oplossing.

In andere armaturen zien we dat de lenzen ook meteen aan de buitenzijde van het armatuur zitten. Zhaga boek 19 bied ons daar de oplossing. Voor beide typen ledmodules is er dus een duidelijke toepassing.

Driver

De driver is niet vast gelegd. Natuurlijk kennen we boek 13 waarin de afmetingen van drivers gespecificeerd zijn. Zhaga boek 15 schrijft de driver verder zelf niet voor. De driver is dan ook niet geïntegreerd op de ledmodule hetgeen ook niet erg gebruikelijk is in wegverlichting. Of dat in de toekomst niet toch gaat gebeuren is natuurlijk nog maar de vraag.

Wanneer naar IEC?

Zhaga is actief bezig de books over te dragen naar IEC. Dat wil zeggen er wordt gewerkt aan het uitbrengen van een IEC versie van die normen. Voor diverse Zhaga boeken is dat reeds in volle gang en hopelijk zien we dan ook snel de IEC versies van Zhaga normen verschijnen. De eerste normen zijn inmiddels in een ver gevorderde fase.

Lees ook het stuk op de website van het Zhaga consortium

Op deze module kan ook een LEDset protocol worden gebruikt. Lees hier meer.

(Foto’s by Zhaga)

Het verschil tussen ENEC en CE

“Wat is het verschil tussen ENEC en CE?”

In een serie van artikelen zullen we de verschillen tussen diverse markeringen op armaturen toelichten. In deze aflevering (1) het verschil tussen ENEC en CE op een verlichtingstoestel. Om het verschil te kunnen duiden moeten is het van belang te weten dat CE een wettelijk verplichte markering is op een verlichtingstoestel. Een armatuur zonder CE erop mag niet verkocht worden binnen de Europese Unie en dus ook niet in Nederland.

CE

CE komt voort vanuit Europese richtlijnen. Die worden in Nederland omgezet in wetgeving. De richtlijnen die over het algemeen van toepassing zijn binnen de OVL zijn de Laagspanningsrichtlijn, EMC-richtlijn, RoHS-richtlijn en de ErP-richtlijn. In sommige gevallen de RED-richtlijn. Deze richtlijnen zijn in Nederland dus verankerd in de wet. Dat is overigens in alle Europese landen die aangesloten zijn bij de EU gelijk.

CE wordt door de fabrikant op het product gezet als hij zichzelf ervan heeft overtuigd aan de van toepassing zijnde richtlijnen te voldoen. Hij tekent dan een verklaring van overeenstemming en moet het CE merkje vermelden op zijn product. Er is geen verplichting tot het laten uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek. Echter in zijn dossier dient hij wel aan te kunnen tonen dat aan de eisen wordt voldaan. Indien hij geen eigen lab heeft is het dan meestal noodzakelijk een extern lab in te schakelen.

ENEC

ENEC is een keurmerk. Dit keurmerk wordt uitgegeven door bij ETICS (Voorheen EEPCA) aangesloten keuringsorganisaties. De eisen voor verlening van het ENEC keurmerk zijn gebaseerd op de laagspanningsrichtlijn. Met andere woorden de eisen voor het ENEC keurmerk dekken de eisen af die vanuit de laagspanningsrichtlijn worden gesteld.

Bij ENEC geldt dat de fabrikant een product moet laten onderzoeken door een onafhankelijk laboratorium. Verder moet de plaats waar het product wordt geproduceerd aan strikte eisen voldoen om de continuïteit in de productie te waarborgen. Verder wordt door het laboratorium een controle uitgevoerd op de daadwerkelijk geproduceerde producten. Die controles worden jaarlijks opnieuw doorgevoerd.

CE ENEC
Eisen geldend voor OVL armaturen Laagspanningsrichtlijn
EMC richtlijn
RoHS richtlijn
ErP richtlijn
RED richtlijn (soms)
Laagspanningsrichtlijn
Verplicht Ja Nee
Keuring door een geaccrediteerd onafhankelijk lab Nee Ja
Inspectie van productie plaats Nee Ja
Controle van producten na productie Beperkt Ja

Samengevat;

Bij ENEC worden de eisen van de laagspanningsrichtlijn afgedekt en wordt onderzoek gedaan door een onafhankelijk laboratorium die ook de productielocatie inspecteert en marktonderzoek doet aan producten met het keurmerk.

Bij CE moet aan de laagspanningsrichtlijn worden voldaan maar wordt volledig vertrouwd op de interne controle van de fabrikant. Er zijn eisen aan de continuïteit van de productie echter wordt ook dat volledig aan de verantwoording van de fabrikant overgelaten. Controle van producten op de markt vindt zeer beperkt plaats. De Autoriteiten hebben een focus op voornamelijk consumentenproducten die voornamelijk worden geïmporteerd van buiten de Europese Unie. OVL zal zeer beperkt worden gecontroleerd.

Lees ook Het verschil deel 2 “Wat is het verschil tussen ENEC en ENEC+?” en Het verschil deel 3 “Wat is het verschil tussen ENEC+ en DEKRA LED Performance?”

cCirculair inkopen openbare verlichting is een belangrijk thema.

Koplopersproject circulair inkopen openbare verlichting

Circulair inkopen openbare verlichting is een belangrijk thema. Daarbij groeit de behoefte aan objectiviteit. In hoeverre is een product circulair? En hoe kunnen we meer circulariteit realiseren? In 2018 startte het koplopersproject waarin deze vraagstukken centraal staan én dat concrete handvatten biedt.

In het project werken twee belangrijke ketenpartijen, namelijk overheden en leveranciers, samen. Doel is om het circulair inkopen van armaturen een stap dichterbij te brengen én meer inzicht te krijgen in hoe openbare verlichting meer circulair kan worden.

Circulariteit meten

Centraal daarbij staat de Milieukostenindicator (MKI). Deze MKI wordt bepaald met de LCA-methode (Levenscyclusanalyse), een objectieve, internationaal erkende methode. De MKI is een indicator waarbij de totale milieu-impact wordt uitgedrukt in euro’s. De MKI-waarde is verifieerbaar en omvat alle milieu-effecten (toxiciteiten, CO2, energiegebruik, uitputting grondstoffen, enzovoort). Hoe hoger de mate van circulariteit, hoe lager de MKI-waarde.

Koplopers openbare verlichting

De MKI wordt al in meerdere sectoren gebruikt, maar is bij openbare verlichting nog relatief onbekend. Dit project brengt daar verandering in. Vier leveranciers rekenden van hun eigen armaturen de MKI door. Zij deden dit met ondersteuning van Ecochain Technologies. Dit bedrijf biedt een online tool om de MKI-waardes van producten te berekenen en heeft een speciale database voor armaturen aangelegd.

De deelnemende bedrijven kunnen nu een MKI voor hun producten aanleveren en hebben daardoor een voorsprong op de rest van de markt. Ook hebben zij door dit project meer inzicht kregen in hun eigen producten, het productieproces en hoe zij dit meer circulair kunnen maken.
Tegelijkertijd is met de overheden onderzocht hoe zíj hiermee aan de slag kunnen. Hoe kunnen zij de MKI meenemen in hun uitvraag? En in welke mate bepalen zij zelf de MKI van openbare verlichting?

Vervolg in 2019

Eind januari 2019 verschijnt er een handleiding voor het circulair inkopen van armaturen met behulp van de MKI. Deze is gemaakt door Licht en Donker Advies, in samenspraak met de deelnemers van het project en is voor iedereen toegankelijk.

Deelnemers Koplopersproject

Innolumis, Modernista, Orange Lighting, Lightronics, Amsterdam, Stad Groningen, Nijmegen, Stadskanaal, regio Zwolle, Provincie Gelderland, Provincie Noord-Brabant

Organisatie

Licht en Donker Advies i.s.m. Ecochain Technologies en brancheorganisatie OVLNL

Geschreven door: Beatrijs Oerlemans, Licht en Donker advies

Lees ook Circulariteit_en_circulair_inkopen_OVL