Auteur: Jacob Nuesink

(EU) 2019/2015 invoeringsdatum

(EU) 2019/2015 Invoeringsdatum energie etiket

(EU) 2019/2015 invoeringsdatum van het nieuwe energie etiket nadert snel. Er zijn een aantal datums ook nog aangepast in een aantal amenderingen. Dat maakt alles misschien wat verwarrend daarom hier nog eens het overzicht.

Per 25 december 2019

Invoeringsdatum voor het vervallen van het oude armatuur energie etiket volgens verordening (EU) 874/2012. Dit etiket had weinig tot geen toegevoegde waarde en hoeft niet langer te worden toegepast.

Per 1 mei 2021

(EU) 2019/2015 invoeringsdatum voor de waarden van de parameters die in de product datasheet moeten staan. Deze moeten in het publieke deel van de product database zijn ingevoerd. Met de product database wordt hier bedoeld EPREL. Per 1 mei van 2021 moet die informatie ingevoerd zijn voor producten die ook na 1 September nog worden verhandeld.

(EU) 2019/2015 invoeringsdatum 1 september 2021

Invoeringsdatum voor alle vereisten die van toepassing zijn voor nieuwe producten die op de markt worden gebracht. Sit geldt niet voor alle producten, er is een uitzondering gemaakt voor houders (armaturen) met een geïntegreerde lichtbron. Dit geldt dan weer alleen voor die producten waar de lichtbron uitgehaald kan worden. Kan dat niet is de houder een lichtbron geworden en geldt 1 september als datum.

1 maart 2022

Op deze (EU) 2019/2015 invoeringsdatum moeten ook de houders die een verwijderbare lichtbron hebben voldoen aan de eisen in de richtlijn. Dat wil zeggen de houders krijgen geen energie etiket. In de documentatie dient vermeld te zijn welke energieklasse de lichtbron(en) heeft die is toegepast in het product.

1 maart 2023

Producten met oude labels die nog in de schappen liggen in winkels en dergelijke moeten worden voorzien van het nieuwe etiket. Dit mag middels een stikker die het volledige oude etiket afdekt en is opgesteld volgens de nieuwe verordening (EU) 2019/2015).

Wilt u naar aanleiding van deze post meer weten? E-learning nu beschikbaar op de academy

En zie ook de post “Het nieuwe energie etiket”

Energie etiket

Het nieuwe energie etiket

Het nieuwe energie etiket (energie label) komt er nu snel aan. Ook moet de Europese Databank gevuld zijn (EPREL). Wat is er aan de hand? Wat moet er gebeuren en wanneer? In 2017 schreef ik het eerste artikel over de komst van het nieuwe energie etiket en de introductie van een databank op Europees niveau. Momenteel zien we een lichte paniek bij leveranciers omdat er plotseling iets nieuws is en de invoeringsdata al ras naderen. Wat is er aan de hand?

Verordening 2017/1369

Het begon met de verordening (EU) 2017/1369. Deze verordening schrijft voor dat alle energie etiketten opnieuw worden gewogen en herschaalt. Tevens wordt hierin aangekondigd dat de Europese Unie een databank introduceert waar de energie etiketten geregistreerd moeten worden.

De verordening voor het energie etiket zou gepubliceerd moeten worden op uiterlijk 1-11-2018 en ingevoerd moeten zijn per 1-11-2019. Dit is allemaal anders gelopen dan gepland. Uiteindelijk is de nieuwe verordening (EU) 2019/2015 per 11-3-2019 gepubliceerd. In deze nieuwe verordening zijn diverse zaken geregeld zoals de nieuw gewogen schalen voor het energie etiket. We gaan weer terug naar de schalen A t/m G. De nieuwe etiketten zijn verplicht vanaf 1-9-2021.

De databank (EPREL) is ingevoerd. De energie etiketten moeten daarin geregistreerd zijn. Ook daar zijn specifieke data van belang. De upload van nieuwe producten moest per 1-1-2019. Alle producten die tussen 1-8-2017 en 1-1-2019 op de markt zijn gebracht moesten voor 1-7-2019 ook zijn geupload.

Nog even het overzicht:

  • Verordening (EU) 2017/1369 vervangt richtlijn 2010/30/EU
  • Verordening (EU) 2019/2015 vervangt verordening 874/2012
  • Energie etiketten registratie is verplicht per 1-1-2019
  • Energie etiketten historie upload moet per 30-6-2019 gereed zijn
  • Het nieuwe energie etiket moet per 1-9-2021 bij de producten geleverd worden.

Waarvoor geldt het energie etiket?

Het etiket is verplicht voor lichtbronnen. Indien een armatuur (of houder zoals hij nu wordt genoemd in de verordening) een lichtbron heeft die niet zonder het armatuur te beschadigen te verwijderen is, is het armatuur een lichtbron. Het is daarmee aantrekkelijker om de lichtbron verwijderbaar te verwerken in het armatuur. (Hier zijn voorwaarden aan verbonden).

Indien het armatuur geleverd wordt met lichtbron moet vermeld zijn welke energie klasse de meegeleverde lichtbron heeft.

Belangrijkste verschillen tov de oude regelingen.

  • De EPREL databank is een extra administratieve verplichting geworden
  • Het oude armatuur etiket bestaat niet meer
  • Er is een betere definitie van armatuur met geïntegreerde lichtbron gekomen waardoor het eenvoudiger is om te bepalen of een armatuur een lichtbron is geworden of niet
  • Het etiket zal weer een schaal verdeling hebben van A t/m G zoals het initieel was ontworpen.

Zie ook het artikel op deze site: https://armaturenregister.nl/2020/01/29/nieuwe-ecodesign-single-lighting-regulation-en-etikettering/

Binnenkort (Verwacht eind April / begin Mei 2021) in de armaturenregister academy een training die diepgaand ingaat op de details van de beide verordeningen en de EPREL databank. Je leert dan hoe de klassen te berekenen, wanneer de verordeningen wel en niet van toepassing zijn, welke uitzonderingen er zijn en welke informatie nodig is. Houdt de academy dus in de gaten als je geïnteresseerd bent.

Update; E-learning nu beschikbaar op de academy; https://academy.armaturenregister.nl/product/energie-etiketering-elr-en-eprel-voor-de-verlichtingsindustrie/

Diverse vormen van retrofit

De verschillende vormen van Retrofit

Welke verschillende vormen van retrofit kunnen we onderscheiden. Wat zijn de bijzonderheden waar we op moeten letten. Welke overwegingen moeten we maken. Ook in de openbare verlichting zien we veel gebeuren op het gebied van retrofitting. Laten we die verschillende vormen eens wat nader definiëren zodat we ze beter kunnen beoordelen en kunnen afwegen welke vorm het handigst is voor openbare verlichting. Ervan uitgaande dat retrofit in de genoemde situatie een goede oplossing is.

Plug and play retrofit

Een vorm van retrofit waarbij de originele conventionele lichtbron kan worden verwijderd uit het toestel en de nieuwe ledlamp geplaatst kan worden zonder dat verdere aanpassing noodzakelijk is. In sommige gevallen moet de starter die in het toestel zit, vervangen worden door een dummy starter.

Ombouw

Ombouw wordt gebruikt als verzamelnaam voor de retrofit typen 1, 2 en 3 zoals hieronder gedefinieerd. De verschillende methoden van “ombouw” zijn van belang want ze hebben allemaal hun eigen specifieke aandachtspunten. Een verdere definitie is derhalve nodig om een beter beeld te krijgen van de toepassingen.

Retrofit type 1

Het vervangen van de originele lichtbron door een led-lichtbron waarbij wel modificaties worden aangebracht aan het armatuur. Bijvoorbeeld het verwijderen of overbruggen van het voorschakeltoestel in een TL-armatuur, Natrium lamp armatuur, etc.

Retrofit type 2

Het vervangen van componenten in het originele armatuur. De originele componenten zoals voorschakeltoestel en lamphouders worden verwijderd. Er wordt dan een leddriver en ledmodule (of led module met geïntegreerde driver) ingebouwd.

Retrofit type 3

Het vervangen van alle componenten in het originele armatuur. Alle componenten worden verwijderd tot een lege behuizing overblijft. Ook worden dan meestal de originele optieken verwijderd. In die lege behuizing wordt dan een complete led-oplossing geplaatst. Deze oplossing wordt ook wel een box-in-box oplossing genoemd.

Welke vormen van retrofit kunnen we het makkelijkst toepassen in openbare verlichting?

  • “Plug and play” retrofit is het belangrijkste voordeel is dat het makkelijk door te voeren is. Er zijn echter veel nadelen aan deze methode verbonden en er is weinig openbare verlichting die hiervoor echt geschikt is. Is de lichtverdeling niet zo zeer van belang en is het originele armatuur nog helemaal goed is er weinig op tegen. Is de lichtverdeling en verlichtingssterkte essentieel dan moet hier echt de nodige aandacht aan besteed worden want er zijn dan nogal wat haken en ogen.
  • Retrofit type 3 is goed toepasbaar in complexere situaties. Het is een complexe oplossing die niet zonder meer voor elke armatuur beschikbaar is. Er zijn diverse leveranciers die oplossingen beschikbaar hebben. Deze oplossing kan heel goed worden toegepast ook daar waar lichtverdeling en verlichtingssterkte wel essentieel zijn.
  • Retrofit type 1 en 2 zijn bijna nooit aan te raden en zeker niet voor kleine projecten. Er zijn vele haken en ogen verbonden aan deze methoden. Het kan zeker wel maar wil je het goed doen en veilig houden dan is het vaak pas rendabel als het om grotere projecten c.q. aantallen gaat. Het blijft echter altijd een lastige oplossing als je ook wilt voldoen aan de veiligheidseisen zoals ze wettelijk worden gesteld.

Meer details?

Wil je meer details en informatie dan kan ik van harte aanbevelen het boek “Licht vernieuwen naar led, dit moet je weten” Verkrijgbaar bij Groen licht Vlaanderen, IBE-BIV en de NSVV.

Gerelateerde post: Retrofit, een goed idee of niet?

DALI

DALI

De naam “DALI” is al eerder gebruikt in artikelen op deze website. Wat is dat eigenlijk? Het komt steeds vaker in de openbare verlichting. Ook in de binnenverlichting wordt veelvuldig gebruik gemaakt van dit protocol. DALI is een communicatieprotocol, het staat voor staat voor “Digital Addressable Lighting Interface”. Het is dus een digitaal communicatieprotocol.

Historie

Het protocol is specifiek ontworpen voor verlichting. Het DALI handelsmerk is van de Duitse ZVEI (Zentralverband Elektrotechnik- und Elektronikindustrie e.V.). Enkele jaren geleden (2016) is de DiiA (Digital illumination interface Alliance) opgericht. Deze alliantie heeft zich tot doel gesteld om het protocol verder te ontwikkelen en uit te breiden.

Van DALI naar DALI 2

Na de overname door de DiiA is DALI 2 gestart. Dit is huidige versie van het protocol dat gericht is op interoperabiliteit. Belangrijk want dit zorgt ervoor dat producten van verschillende merken met elkaar kunnen “communiceren”. Een driver van merk A zal dan kunnen samenwerken met een sensor van merk B. Dit was in het originele protocol zeker geen garantie.

Tevens zijn controllers en sensors nu onderdeel van de specificatie geworden. Dat was ook in de oude versie niet het geval.

IEC 62386

De norm die toegepast wordt is een IEC norm te weten de IEC 62386. Deze norm is een wereldstandaard en hierin staan de technische eisen vermeld. Het certificatie programma en de bijbehorende test voorschriften worden beheerd door de DiiA. Dit zijn dan de zogenaamde “DALI Parts”. Op het moment van schrijven kennen we parts 150, 250, 251, 252, 253, 351 en 306. Het enkel voldoen aan de IEC norm is derhalve niet voldoende. De aanvullende voorschriften zijn van belang om de interoperabiliteit te garanderen.

DALI toepassing in openbare verlichting

DALI wordt in de openbare verlichting toegepast om bijvoorbeeld te kunnen programmeren, om sensoren uit te lezen en de armaturen aan te sturen. Ook controllers kunnen makkelijk worden aangesloten om de status van armaturen uit te lezen en bijvoorbeeld het energie verbruik te monitoren.

We kunnen met het systeem clusters van armaturen aansturen zoals bijvoorbeeld een hele straat of illuminatie armaturen om bijvoorbeeld gebouwen aan te lichten.

D4i

Het DALI 2 programma is ook de basis voor de D4i certificatie. Die is noodzakelijk is om de interoperabiliteit van het Zhaga systeem te garanderen. Het D4i protocol kent een aantal extra eisen boven op het DALI protocol om ervoor te zorgen dat het systeem “plug & play” wordt. Met een D4i gecertificeerde driver is het armatuur nog niet per definitie geschikt voor Zhaga-D4i. Daar moet dan nog aan aanvullende eisen worden voldaan (Mechanisch en elektrisch). Deze aanvullende eisen gaan echter niet over het communicatie protocol maar wel over de randvoorwaarden. Zie daarvoor het artikel over Zhaga-D4i.

LET OP:

Het Enexis DaLi programma (Distributie Automatisering Light) is niet te verwarren met het DALI besturingssysteem wat hier beschreven is.

DiiA, Digital illumination interface Alliance; noemt zich omwille van herkenbaarheid de DALI Alliance.

Retrofit oplossingen

Retrofit, een goed idee of niet?

Bij de introductie van LED zijn al snel retrofit oplossingen ontwikkeld. Het lijkt eenvoudig en dat kan het ook zijn. Soms is retrofit een goed alternatief voor vervanging. Er is voldoende reden om daarom de complexiteiten eens verder uit te diepen. In een nieuw boek dat speciaal ontwikkeld werd in samenwerking met IBE-BIV, Groen Licht Vlaanderen en de NSVV is dit het hoofdonderwerp.

We kunnen retrofit in verschillende categorieën indelen. De “Plug en Play” oplossing, de ombouw methode en de “Box in Box” oplossing. Kijken we naar het toepassen van de oplossingen zijn de eerste en de laatste het makkelijkst en zonder heel veel complicaties toe te passen. Bij alle vormen van retrofit moeten een aantal overwegingen worden gemaakt om tot een goede beslissing te komen. Die zijn zeer van afhankelijk van de situatie waarin men retrofit wil gaan toepassen.

Milieu en retrofit

Vanuit het oogpunt van milieu is retrofit een goed idee. Je verlengt de levensduur van een deel van het armatuur. In veel gevallen is de winst dubbel want ook op energie verbruik wordt bespaard en je kunt een oud klassiek product in bedrijf houden. Dus waarom zou je dat niet doen?

Complicaties

Ik heb vorig jaar meegewerkt aan een bestek waarin specifiek retrofit werd gevraagd. Het bleek voor de leveranciers best lastig om bewijsstukken aan te leveren waaruit moest blijken dat de producten aan de zeer “basic” eisen voldoen. Het is door diverse leveranciers gelukt om de benodigde stukken aan te leveren. Het was echter wel opvallend dat er ook leveranciers zijn die, in hun uitingen aangeven hoe goed hun product is, dat niet konden onderbouwen met meetgegevens en rapporten.

Het boek gaat in detail in op de overwegingen rondom retrofit. Welke afwegingen en welke complicaties komen erbij kijken. Waar moet je over na denken. Het is algemeen geschreven voor de hele verlichtingsindustrie. Een groot deel hiervan is echter ook van toepassing voor de Openbare verlichtingsbranche.

Licht vernieuwen naar LED, wat moet je weten. Alles over retrofit. Het boek zal in Februari 2021 beschikbaar zijn bij de NSVV in Nederland en bij IBE-BIV en Groen Licht Vlaanderen in België

Wat is nu Zhaga-D4i certificatie?

Ik krijg met enige regelmaat de vraag wat de Zhaga-D4i (ZD4i) certificatie nu eigenlijk inhoudt. Is het van belang om ernaar te kijken of niet? Wat heb je eraan? In dit bericht zal ik proberen uitleg te geven over hoe het zit en wat het inhoudt. Of het van belang is kan iedereen dan voor zichzelf beslissen.

Zhaga book 18 is de basis voor ZD4i

Zhaga ontwikkelde book 18 om ervoor te zorgen dat we armaturen makkelijk kunnen uitbreiden. Een “plug en play” methode om een armatuur nieuwe eigenschappen te geven. Het idee is simpel, laten we een armatuur maken in de toekomst kan worden uitgebreid, of “slim” worden gemaakt. Dit zonder dat we daarvoor meteen weer een nieuw armatuur moeten kopen.

Daarvoor moeten een aantal zaken geregeld worden. Het moet eenvoudig zijn om een uitbreiding, sensor of node, aan een armatuur toe te voegen. Dat mag geen grote complicaties met zich meebrengen. Met sensoren kunnen we bijvoorbeeld het licht pas aanschakelen als het donker is. Alleen de armaturen aanzetten als er mensen in de omgeving zijn. Of om bijvoorbeeld stikstof te meten. Met een node kunnen we ervoor zorgen dat met een centrale gecommuniceerd kan worden. Hiermee kan bijvoorbeeld benodigd onderhoud, verkeersdrukte, etc worden doorgeven. Afhankelijk natuurlijk van de toegepaste sensoren.

Het moet werken zonder dat er allemaal complexe acties moeten worden uitgevoerd. Zowel mechanisch, elektrisch als softwarematig moet het eenvoudig zijn. Plug en Play.

Wat is daar dan voor nodig?

Mechanisch

De nodes en sonsors moeten makkelijk kunnen worden gemonteerd. Het openmaken van armaturen en het bijplaatsen van sensoren is veel te complex. Het levert ook veel complicaties op vanwege het moeten voldoen aan de geldende wetgeving. Eerst werd de connector ontwikkeld. Die was nodig om te voorkomen dat we gebruik maken van bestaande systemen die dan mogelijk niet meer compatibel zijn. Dit was eigenlijk het eenvoudigste werk.

De book 18 connector maakt de mechanische en elektrische verbinding mogelijk. Dit zonder het openen van de armatuur. Hiermee wordt het veel eenvoudiger om aan wettelijke bepaling zoals veiligheid en EMC te voldoen.

Daarnaast moet geregeld worden dat de grote van die componenten geen blokkade vormen voor toepassing. Dat wil zeggen er moet voldoende ruimte zijn om sensoren te kunnen plaatsen. Ook moeten de sensoren niet te groot worden dus in book 18 zijn afspraken vastgelegd om op het armatuur voldoende ruimte te reserveren voor sensoren. Ook moeten de sensoren en nodes aan maximale afmetingseisen voldoen.

Elektrisch

Er moet worden vastgelegd welke pen van de connector welke functie heeft. Zowel bij het armatuur als bij de nodes/sensoren moet dat gelijk is. Is dat niet zo dan zou het systeem niet meer werken.

Dit is één deel. Tevens moet ervoor worden gezorgd dat er de sensor of node niet te veel energie verbruikt. Of anders gezegd er moet voor gezorgd worden dat driver het benodigde elektrische vermogen kan leveren. Als het energieverbruik te groot is zal dat problemen opleveren.

Zhaga book 18 legt ook dat vast. Dat betekent ook dat zowel een sensor module als node geplaatst kan worden op 1 armatuur. Dit levert dan geen een probleem op voor de energievoorziening van die sensoren en nodes. Voor de certificatie wordt dan ook gecontroleerd of sensoren en nodes niet teveel energie verbruiken en, dat de driver voldoende energie kan leveren.

Communicatie

Dan moet alles nog met elkaar gaan “praten”. Dit moet digitaal om ervoor te zorgen dat je toekomstige ontwikkelingen verder vorm kunt blijven geven. Hiervoor is het Zhaga consortium de samenwerking aangegaan met de DiiA ofwel de “Digital Illuminaition Interface Alliance” of, zoals ze zich tegenwoordig noemen, de DALI alliance. Deze organisatie heeft het DALI II protocol ontwikkeld. Dit protocol past erg goed bij de Zhaga doelstelling. Er waren wel aanpassingen noodzakelijk om het “Plug en Play” principe mogelijk te maken.

Dit heeft geresulteerd in een aantal aanpassingen in het DALI protocol en een aantal aanvullende eisen aan de driver. De drivers die aan die eisen voldoen worden gecertificeerd volgens het D4i certificatie schema.

Zhaga-D4i

Een D4i driver heeft dus alles aan boord om te kunnen worden gebruikt in een Zhaga-D4i armatuur. De driver kan functioneren met Zhaga-D4i sensoren en nodes. Armaturen die gecertificeerd zijn kunnen zonder problemen toekomstig worden uitgebreid met sensoren en/of nodes. Hiermee kan een armatuur wanneer het nodig is “slim” gemaakt worden. Heb je het niet nodig dan laat je hem gewoon “dom”.

Toepassingen

Er zijn reeds vele toepassingen waar dit voor gebruikt kan worden. Zo is er de mogelijkheid om met een node de armaturen op afstand te monitoren, in en uit te schakelen, het energie verbruik te meten, etc. Ook eenvoudige toepassingen zoals lichtdonker sensoren of bewegingsdetectie kan worden toegepast.

We zien ook veel ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld bluetooth toepassing waarbij armaturen communiceren met andere (niet openbare verlichting) die dan weer reageren op hetgeen in de buurt gebeurt. Vele mogelijkheden zijn er die het beheer en onderhoud vooral kunnen vereenvoudigen.

Voor een overzicht van Zhaga -D4i gecertificeerde producten kijk op de Zhaga website

Zie ook de demo video

2020 is voorbij, wat gaat 2021 ons brengen?

2020 was een jaar van veel gedoe, anderhalve meter, anders werken en anders gedragen. We zouden geen Nederlanders zijn als we niet allemaal een andere mening hadden over de effectiviteit en noodzaak van alle maatregelen die werden genomen. Gelukkig was het niet alleen kommer en kwel. De openbare verlichtingsindustrie ging door. En voor velen was het uiteindelijk toch een succesvol jaar.

In 2021 krijgen we Corona onder controle. De industrie kan dus weer focussen op de toekomst. Zoals gezegd in de openbare verlichtingsindustrie werd flink doorontwikkeld. Wat kunnen we gaan verwachten in 2021?

ZHAGA

Begin 2020 werd de Zhaga-D4i certificatie uitgerold voor armaturen. Nadat de drivers gecheckt konden worden volgens het D4i voorschrift konden nu ook de armaturen gecontroleerd worden aan het voldoen aan de Zhaga-D4i voorschriften. Inmiddels is er al een flink aantal gecertificeerde producten beschikbaar. Zie de Zhaga website voor gedetailleerde informatie.

Fabrikanten met Zhaga-D4i gecertificeerde producten op het moment van schrijven zijn; AB Fagerhult, Eclatec, Lightronics, Lightwell, ROHL, Schréder, Signify,  Siteco, Trilux , ZPSO ROSA en Zumtobel. In het totaal zijn reeds 54 product families gecertificeerd!!

Helaas liet het testen van nodes en sensoren op zich wachten. Dit is echter wel essentieel om een compleet ecosysteem te ontwikkelen. De certificatie programma’s zijn gestart en de eerste producten liggen inmiddels bij de keuringsinstellingen voor onderzoek. Het zal niet lang meer duren voordat de eerste gecertificeerde producten ter beschikking komen. Ik verwacht dat de eerste producten in begin 2021 beschikbaar komen.

Zhaga had al een voorschrift ontwikkeld voor uitwisselbare led-modules specifiek voor de openbare verlichting. Dit werd in 2020 uitgebreid met een voorschrift voor modules met een afdichting voor water en stof. We hebben nu de beschikking over 3 specifieke voorschriften, te weten boek 4, 15 en 19. Let wel Boek 4 is niet zeer veel in gebruik en inmiddels relatief oud maar boek 15 en 19 hebben grote potentie. Deze voorschriften maken het namelijk mogelijk om zowel de module als de lenzen uitwisselbaar te maken. Let wel het grote voordeel is dat je dan niet meer fabrikant afhankelijk bent bij het uitwissen van een module zoals bij proprietary systemen niet het geval is. Ook hier worden in 2021 diverse certificaties verwacht.

Herstellen van armaturen.

Het repareren van armaturen is best lastig en met de komst van led is dat niet eenvoudiger geworden. Er ontstond een trend van producten die “sealed for life” werden uitgevoerd. Er kan geen onderhoud meer uitgevoerd worden. Bij openen van het product is het kapot. In 2021 wordt de nieuwe “Single Lighting Regulation” van kracht. Deze verordening regelt onder andere dat producten te repareren moeten zijn. Dit is een opmaat voor een verdergaande regeling die dan te verwachten is rond 2025. In de huidige regeling is eea nog niet zo heel duidelijk geregeld. De Europese Unie geeft de industrie hiermee de tijd om zelf een goede beste praktijk te ontwikkelen.

Zelf maak ik deel uit van een werkgroep die hiermee aan de slag is gegaan voor de openbare verlichting. De ontwikkelingen binnen Zhaga gaan ook die kant op want, om reparatie zinvol en goed mogelijk te maken is normalisatie van essentieel belang.

Samenwerking met Moederbestek

In 2020 zijn gesprekken gestart met Moederbestek om te kijken hoe we het beste de voordelen van het Armaturenregister met standaard teksten voor bestekken kunnen combineren. Tezamen met het controles van zowel Armaturenregister en Moederbestek kunnen we elkaar versterken en een volgende stap zetten in verbeteren van de kwaliteit van het arsenaal openbare verlichting in Nederland. Armaturenregister blijft zich focussen op het armatuur zoals tot nu toe gebruikelijk is geweest.

Toekomstige aanpassingen in Armaturenregister

In het afgelopen jaar zijn er ontwikkelingen in de trends rondom certificatie die van belang zijn om de criteria voor het armaturenregister aan te gaan passen. We zijn al in discussie met de organisaties die hier het meest mee te maken hebben om te kijken hoe we die aanpassingen het best kunnen inpassen.

Daarnaast hebben we te maken met de verdergaande ontwikkeling rondom circulariteit. Ook op dit gebied vindt certificatie plaats en is dat van belang om te kijken hoe daar in het armaturenregister verder invulling aan gegeven kan worden.

2021 belooft dus weer een spannend jaar te worden. Wij wensen alle lezers en deelnemers aan armaturenregister een gezond en succesvol 2021 toe.

Jaap Nuesink 7-1-2021

Inrush current en LED armaturen

Inrush current bij led armaturen is een fenomeen waar we als verlichtingsindustrie mee te maken hebben. Recent is er een nieuwe norm uitgebracht die de meetmethodiek voor inrush current definieert. De Inrush current wordt ook wel omschreven als de inschakel piekstroom. Die stroom is hoog en kan voor problemen zorgen in de elektrische installatie. Als de installatie niet juist wordt gedimensioneerd is het meest vervelende probleem dat optreed het zo genaamde “nuisance tripping”. Of wel het uitschakelen van de installatie door de installatie automaat terwijl er eigenlijk niets aan de hand is.

Waarom is er een Inrush current?

De inschakel piekstroom ontstaat doordat de condensatoren die in de elektronica zijn toegepast moeten worden opgeladen. Als die nog leeg zijn dan is de weerstand nagenoeg 0 en gaat er een grote stroom lopen tot de condensatoren vol zijn. De driver fabrikant kan dat begrenzen. Daar zijn allerlei oplossingen voor maar het is altijd een keuze tussen wat kan wel en wat niet. Als je de stroom namelijk te veel begrenst levert dat een vertraging op bij het inschakelen van de lichtbron. Dat is ook niet de bedoeling. Kortom we hebben altijd te maken met een inschakel piek.

In de afbeelding hieronder zie je ongeveer hoe het werkt. Na de gelijkrichtbrug zit in de meeste gevallen direct een grotere condensator om een eerste gelijkspanning te maken. Dit is de grootste boosdoener.

Is de inschakel piekstroom uniek voor led?

Nee, de inrush current ontstaat ook bij andere elektronica. Bij het insteken van de stekker van de voeding van een computer kun je de piek vaak “horen”. Je hoort dan de vonk die veroorzaakt wordt door de hoge piekstroom. Het vervelende bij verlichting is dat er vaak meerdere armaturen tegelijk worden ingeschakeld. Het cumulerende effect veroorzaakt dan een dusdanige stroom die de installatie automaat kan laten aanspreken.

Wat zijn de gevolgen van een hoge inrush current?

Er zijn meerdere gevolgen die kunnen optreden, enkele daarvan zijn;

  • Het onbedoeld laten aanspreken van de installatie automaat
  • Het verbranden van contacten van schakelaars
  • Het verbranden van contact van contactors
  • Het veroorzaken van een spanningsdip op het net waardoor andere apparatuur gestoord kan worden
  • Etc

Vooral het onbedoeld aanspreken van de installatie automaat is in een openbaar verlichtingsomgeving niet erg prettig. Er volgt een storingsmelding waarvan de oorzaak maar moeizaam is vast te stellen aangezien alles goed functioneert. Dit noemen we “Nuisance tripping”.

De installatie automaat.

De installatie automaat of MCB (Miniature Circuit Breaker) is een automaat die onze ouderwetse smeltveiligheden heeft vervangen. De MCB werkt op 2 principes namelijk thermisch en magnetisch. Het thermische deel is hier niet het probleem. De stroom door de automaat verwarmt een bimetaal dat eerst voldoende heet moet zijn geworden voordat de automaat uitschakelt. Bij een constante te hoge stroom zal de automaat op die manier aanspreken.

Bij de inrush current, die altijd kortstondig is, is dat element niet het probleem. Het tweede element waarop de automaat werkt is magnetisme. Als de stroom een bepaald niveau bereikt zal de spoel die in de automaat zit een dusdanig sterk magneet veld ontwikkelen dat de automaat wordt geactiveerd en dus uitschakelt. Dit is nodig om grote kortsluitstromen snel te kunnen detecteren en te verbreken zodat schade wordt voorkomen.

In het plaatje een principe schema van de werking van een installatie automaat. In werkelijkheid zit er nog veel meer techniek in. Het werkingsprincipe wordt hierin wel geschetst.

Een aardlekschakelaar detecteerd de verschilstroom. Als er een verschil is tussen de fase stroom en de stroom die door de nul loopt zegt de wet van kirchhof dat er een lek is en dat moet dan wel naar aarde zijn. Dit is geen probleem in het geval van de inrush current (tenzij er een condensator naar aarde zit die een hoge stroom veroorzaakt).

Hoe voorkom je “nuisance tripping” door de inrush current.

Gebruik een andere zekering. Soms kun je kiezen voor een C karakteristiek zekering in plaats van een B karakteristiek. Die laatste wordt normaal toegepast maar de C karakteristiek is iets langzamer in de reactie en daarmee kan het probleem zijn opgelost. Let wel dit kan ten koste gaan van de selectiviteit in het circuit. Dat wil zeggen wanneer de dimensionering niet goed is een zekering op het hogere niveau kan afschakelen. Dat is nog veel vervelender want dan zitten ook de parallelle taken zonder voeding. Zie ook onder het voorbeeld in selectiviteit bij incorrecte keuze van zekering waarden(A is ok, B is de kans op problemen groot). Het systeem van beveiligingen moet goed op elkaar worden afgestemd.

De data sheet van de driver geeft ook vak de informatie die nodig is om te bepalen wat aangesloten kan worden. Een voorbeeld van een Osram driver;

Datasheet van OSRAM https://www.osram.com/ds/news/complementary-information-concerning-led-drivers/index.jsp

In deze datasheet zie je precies hoeveel drivers er op een automaat kunnen worden aangesloten. Dit moeten dan wel allemaal gelijke drivers zijn. De instelling voor het uitgaande vermogen heeft overigens maar geen effect op de inrush current.

Nieuwe norm (IEC 63129)

Eindelijk is er dan een norm die de metingen standaardiseert. Was dat nodig? Dat is een simpel antwoord, ja. Als er geen norm is meet iedereen op een andere manier en zijn waarden niet met elkaar vergelijkbaar. Het probleem bij het meten van de inrush current is o.a. Wanneer in de sinus wordt ingeschakeld en wat is de impedantie van het voorliggende net. Dat zijn dan ook de belangrijkste zaken die genormaliseerd zijn. Verder geeft de norm weer hoe je dan een weergave kunt doen van de gemeten piekstroom. Ook daar is het belangrijk dat het genormaliseerd is.

De variabelen zijn namelijk tijd en hoogte (piek stroom) en de tijd van de puls. Als we dat hebben weten we hoeveel energie er in de puls zit en hoe we daarmee om kunnen gaan. Onder een plaatje van een inrush current. De inschakel contact dender wordt overigens uit de berekening weg gelaten. Die blijkt niet essentieel te zijn voor de verdere verwerking.

Wat nu?

Nu moeten de leveranciers van MCB’s (installatie automaten), contactors en schakelaars en de leveranciers van de drivers deze informatie nog correct beschikbaar gaan stellen sommige doen dat al, anderen zullen volgen. Deze norm is een belangrijke stap om goede berekeningen mogelijk te maken. Vergelijken wordt daarmee ook een stuk makkelijker.

De Catalogus.

De fabrikant geeft tot nu toe de inrush current op en daarbij is slechts een meet advies gegeven. Nu er een norm is zullen we in het register gaan overschakelen op de nieuwe standaard. Dit zal in de loop van het jaar gaan gebeuren. De nieuwe waarden zullen dan opgegeven moeten worden volgens de nieuwe norm. Vooralsnog zal het aantal toelaatbare toestellen op een 16 A B karakteristiek installatie automaat blijven staan.

Gedragscode lichtberekeningen

Er zijn geen uniforme regels of normen voor het opstellen van lichtplannen. Hierdoor kunnen lichtplannen die gemaakt zijn door de diverse adviseurs niet altijd goed vergeleken worden. Om deze situatie te verbeteren heeft de NSVV in samenwerking met de NLA een gedragscode lichtberekeningen opgesteld. De organisaties die aangesloten zijn gebruiken dezelfde uitgangspunten voor het maken van een berekening en rapporteren die op een gelijke manier.

Op de website van de NSVV is een lijst gepubliceerd van deelnemers aan de gedragscode.

Deelnemers gedragscode

Deelnemers aan de gedragscode mogen het logo voeren

De NSVV vervult de rol van arbitrage commissie indien er twijfel bestaat over de juistheid van lichtberekeningen die door de aangesloten partijen zijn gemaakt. De NSVV kan in het geval van twijfel of bij het vermoeden van misbruik een steekproef nemen.

Klasse I of Klasse II armaturen. Wat is nu eigenlijk beter?

Klasse I of Klasse II armaturen. Wat is nu eigenlijk beter? De klasse aanduiding gaat over de isolatie klasse van een armatuur. Ofwel hoe is de isolatie van de gevaarlijke spanning in het armatuur geregeld ten opzichte van de buitenwereld. Om een antwoordt te kunnen geven is begrip van het onderscheid van belang. De isolatie in een armatuur wordt opgebouwd rondom een vast stramien. Dit is gebaseerd op het veiligheidsniveau dat nodig is om de gebruiker te beschermen tegen elektrische schok.

Dubbele veiligheid

Ieder elektrisch systeem is zodanig opgebouwd dat als er iets mis gaat er een systeem is dat een gevaar door dit defect moet voorkomen. De zogenaamde “2 lines of defense”. Er zijn derhalve altijd 2 beveiligingen aanwezig. De eerste noemen we de basis isolatie. De basis isolatie is voldoende om ons te beschermen tegen een elektrische schok. Als deze basis isolatie defect raakt, om welke reden dan ook, hebben we een back-up nodig.

We kennen 4 klasse aanduidingen die elk anders zijn opgebouwd maar principieel dezelfde veiligheid bieden.

Klasse 0

Deze vorm wordt steeds minder gebruikt en mag in veel gevallen ook niet meer. Bij klasse 0 gaan we ervan uit dat de omgeving voldoende geïsoleerd is. Vroeger was dat ook zo toen in onze woningen nog geen centrale verwarmingen waren aangelegd. We hadden houten vloeren met vaak ook nog een stoffen vloerbedekking. Het armatuur heeft in geval van Klasse 0 enkel een basis isolatie. De tweede veiligheid wordt gevormd door de omgeving. De vloer waarop je staat isoleert en de schoenen die je draagt ook. Niet heel betrouwbaar maar een erfenis uit de lange historie.

Klasse 0 herken je aan het niet aanwezig zijn van een aardgeleider. Op de typeplaat (markering) staat geen symbool. Indien een aansluitsnoer met steker is voorzien past de steker niet in een contactdoos met randaarde.

Klasse I

Bij klasse I wordt niet meer uitgegaan van een veilige omgeving. De armatuur wordt voorzien van basis isolatie. Alle metalen delen die bij het defect raken van de basis isolatie onder spanning zouden kunnen komen worden aan met de aarde verbonden. Of wel met de aardaansluiting verbonden. Een geaard armatuur dus. Als de basis isolatie defect raakt dan zal de aardgeleider de stroom afvoeren naar aarde en daardoor zal de netzekering het circuit onderbreken. Tegenwoordig zal, in de moderne installaties, de aardlekschakelaar het circuit onderbreken.

Dit type armatuur is herkenbaar aan het aanwezig zijn van een aardgeleider of aardaansluitklem. De aardaansluitklem is tevens gemarkeerd met het symbool voor veiligheidsaarde . Op de typeplaat (markering) staat geen symbool. Indien een aansluitsnoer met steker is voorzien is dat een steker met randaarde en past de steker in een contactdoos met randaarde.

Symbool veiligheidsaarde

Klasse II

In het geval van klasse II wordt in plaats van aarding voor een extra isolatie gekozen. Dat kan zijn door het product geheel van kunststof te maken of door een extra isolatie te voorzien. Indien de basis isolatie defect raakt zorgt de tweede isolatie ervoor dat het armatuur alsnog veilig blijft.

Herkenbaar aan het afwezig zijn van een aardgeleider of aardaansluitklem. Op de typeplaat (markering) staat het klasse II symbool vermeld. Indien een aansluitsnoer met steker is voorzien is dat een platte steker en past de steker in een contactdoos met randaarde.

Klasse II symbool

Klasse III

De laatste vorm is klasse III isolatie. Bij klasse III zorgen we ervoor dat de aansluitspanning veilig is. 230 V netspanning die we gebruiken op ons openbare net kan niet aangeraakt worden. Een veilige lage spanning van bijvoorbeeld 12 of 24 V kunnen we zonder problemen vastpakken. Als we een dergelijke spanning gebruiken dan hoeven we zelfs geen basis isolatie meer te gebruiken. Er is wel een functionele isolatie nodig om kortsluiting te voorkomen. Echter de isolatie is niet meer nodig voor de veiligheid.

Het moet dan inderdaad een veilige lage spanning zijn (SELV = Safety Extra Low Voltage). Een voeding, trafo, die deze spanning maakt heeft dan weer de dubbele isolatie ingebouwd zoals beschreven bij klasse II tussen het ingangscircuit en uitgangscircuit.

Op de typeplaat (markering) staat het klasse III symbool vermeld. Indien een aansluitsnoer met steker is voorzien is dat een steker die niet in en standaard gebruikte contactdoos voor 230 V mag kunnen worden gestoken. Het toestel moet aangesloten worden op een speciale transformator die een veilige lage spanning levert.

Klasse I of klasse II?

In de buitenruimte is klasse 0 als eerste uitgesloten. De omgeving is mogelijk nat en geleidend. Dan blijven klasse I, II en III over. Alle drie deze klassen komen we in de buitenruimte tegen.

Klasse III in de buitenruimte komt minder vaak voor. Een armatuur waarbij de driver op een andere plaats buiten het armatuur wordt gemonteerd is mogelijk een klasse III product. Het hoeft overigens niet zo te zijn! Het ligt aan de spanning waarop het armatuur moet worden aangesloten. We zien dit soort systemen bijvoorbeeld op bepaalde DC (gelijkstroom) voedingssystemen en systemen waarbij de driver onderin de lichtmast wordt gebouwd.

Dan klasse I en II armaturen. Die worden direct aangesloten op de netspanning van 230 V. De systemen op armatuur niveau zijn kwa veiligheid gelijk. Geen voorkeur dus.

Nu is he zo dat het bij klasse I wel van belang is dat de aarde waarop het armatuur wordt aangesloten gegarandeerd is. In de praktijk blijkt dat de aarde heel vaak niet zo betrouwbaar is als we zouden willen. In die gevallen is een klasse I product mogelijk minder veilig. Het armatuur is dan namelijk niet noodzakelijkerwijs veilig als er iets defect raakt.

In de bouw waar kabels nog als eens uitermate ruw worden gebruikt en in badkamers waar door foutieve aarde vaker ongelukken zijn gebeurd is de regelgeving strenger. In het geval van badkamers is dan vaak Klasse II verplicht.

Op de bouw zien we dat ook veel toegepast. Klasse III wordt vaak gebruikt wanneer er in een vochtige en kleine ruimte gewerkt moet worden. In kruipruimtes en dergelijke wordt over het algemeen Klasse III vereist.

Klasse I of klasse II armaturen in de buitenruimte, een conclusie

Gebleken is dat kwaliteit van de aard aansluitingen in de buitenruimte te wensen kan overlaten. Dat wil zeggen dat de aarde wel aangesloten is maar het niet geheel zeker is dat het wel een goede aardverbinding is. Als dat het geval is gaat de voorkeur uit naar klasse II armaturen.

Veel fabrikanten leveren hun armatuur modellen zowel in een klasse I als in een klasse II uitvoering.

Waarom niet altijd klasse II gebruiken?

Het construeren van een klasse II armatuur is iets complexer dan een klasse I armatuur. Ook is het bij een klasse I armatuur makkelijker om een overspanningsbeveiliging te realiseren. Het kan allemaal ook in klasse II uitvoering maar het is iets lastiger om te realiseren. Kwestie van keuzes.

De catalogus

De fabrikant geeft op aan welke klasse het toestel voldoet. Dat wordt geregistreerd in de technische gegevens van een toestel. Klasse 0 in de buitenruimte niet toegestaan. Klasse I, II en III wel. In de catalogus vindt je dus Klasse I, Klasse II, klasse III en ook “Klasse I en II zijn beide mogelijk”. In die laatste categorie staan producten vermeld die door de leverancier zowel in een klasse II of klasse I uitvoering kunnen worden geleverd.

Raadpleeg ook de website van OVLNL betreffende onder andere de betrouwbaarheid van de aarding in OVL voedingssytemen.