Maximale inschakelstroom

De stroom die een elektronisch apparaat opneemt als je hem inschakelt kan erg groot zijn. Deze stroom wordt bepaald door bijvoorbeeld condensatoren die zijn toegepast die eerst even opladen. Als deze stromen groot zijn en er meerdere armaturen tegelijk worden ingeschakeld kan dat problemen opleveren.

De hoogte van de stroom en de tijd dat die stroom loopt, bepalen samen in hoeverre een installatieautomaat afschakelt. Je kunt dus niet simpelweg de stroom van de driver nemen en dan berekenen hoeveel drivers er op een installatieautomaat van 16A kunnen. Dit kan dus heel goed veel minder zijn dan dat er vaak wordt veroorzaakt door de inschakelstroom.

Als je bijvoorbeeld van een hele straat alle armaturen achter één installatieautomaat hebt geschakeld en alles schakelt tegelijkertijd in kan dat tot gevolg hebben dat de stroom dusdanig hoog wordt dat de zekering direct uitschakelt. Het uitschakelen van de installatieautomaat gebeurt overigens niet bij de exacte stroom die erop staat. Dus een 16 A installatieautomaat schakelt niet per se direct uit bij 16,1 A.

Een installatieautomaat of zekering heeft een bepaalde karakteristiek. Dit is bijvoorbeeld een D-karakteristiek. Dit bepaalt bij welke stroom de zekering het circuit verbreekt. Zoals ik net aangaf, het is namelijk niet zo dat bij bijvoorbeeld een 16A zekering het circuit verbreekt wanneer de stroom boven de 16A komt. De zekering heeft toleranties en inschakelpieken laten de zekering niet direct werken. De karakteristiek geeft aan bij welke stroom de automaat binnen welke tijd moet uitschakelen. Maar ook geeft deze aan bij welke stroom en tijd juist niet mag worden uitgeschakeld.

Het is dus belangrijk dat de inschakelpiek bekend is. In het beste geval wordt netjes aangegeven hoeveel armaturen op één specifieke zekering kunnen worden aangesloten. Dit kan veel problemen voorkomen in het veld. Bij het specificeren kan natuurlijk ook worden opgegeven welke zekeringen met welke karakteristiek gebruikt gaan worden zodat de fabrikant zelf kan toetsen of zijn armaturen wel geschikt zijn voor die specifieke aansluitcondities.

Er zijn ook andere oplossingen verzonnen om dit inschakelstroomprobleem aan te pakken. De softstart is zo’n systeem waarbij de driver vertraagd inschakelt. Hij kan op die manier eerst de condensatoren opladen in een rustig tempo, met een lage stroom. Ook kennen we de ‘random start drivers’ waarbij de inschakeling vertraagd is en per driver verschilt waardoor de totale stroom niet te groot kan worden. Bij beide is het nadeel dat het soms even kan duren voordat er licht is. Dat in niet altijd gewenst maar er zijn ook situaties waar dat niets uit zal maken.